Project update
 Nieuwsbrief zomer 2010
  mails van Ibrahima en Mohamed
  Bezoek aan Mohamed
  Bezoek aan Ibrahima
  Financien
 De saga van mei 2000 - maart 2009
Project bijlagen
Diallo Ibrahima
Mohamed Lamine Camara
het logo van nimba

Verslag Limoges-bezoek aan Ibrahima, geschreven mei 2010

BESLUIT OM IBRAHIMA OP TE GAAN ZOEKEN

Meer dan drie jaren waren er voorbij gegaan sinds Flip en Ingeborg in oktober 2007 Ibrahima in Parijs naar het Gare d’Austerlitz hadden gebracht om hem op de trein naar Limoges te zetten.

Ibrahima met Ingeborg, Cécile en Hotman

Het afscheid was niet minder dramatisch geweest dan de hele voorgeschiedenis: op de valreep kwamen ze er toen ‘nog even’ achter dat Ibrahima een ernstige oogziekte had (aangeboren achromatopsie) - iets dat hij angstvallig geheim had gehouden omdat hij bang was dat Europese sponsors geen ‘gehandicapte Afrikaan’ zouden willen steunen.

Met een bril van + 4, een lunchpakketje en een inmiddels volle koffer met kleren verdween hij in de oude wagon, die - net als in een film - in flarden mist wegreed, regelrecht naar zijn toekomst, vooralsnog in Limoges.

De eerste maanden had Ibrahima regelmatig telefonisch en mailcontact met Ingeborg cum sui en hij kwam in december een weekje met kerstmis naar Amsterdam. Maar Ingeborg en Flip moesten toen hard werken, hadden daarom weinig tijd, en Ibrahima zat voordurend met zijn neus in zijn kersverse studieboeken, doodsbang voor de examens die hem te wachten stonden.

Daarna stond het contact op een laag pitje. Ibrahima moest zich doodwerken om op het niveau van een Franse universiteit te komen en Ingeborg en Flip waren druk bezig met het vinden van nieuwe sponsors en geld om zowel Ibrahima als Mohamed aan het studeren en in leven te houden.

Iedere lente namen ze zich voor om Ibrahima op te gaan zoeken, om de investering van alle sponsors van het Yaguine & Fodé Study Project eens persoonlijk te gaan checken, maar iedere keer kwam daar niets van terecht.

De berichten uit Limoges waren aanvankelijk niet altijd even vrolijk - Ibrahima had moeite een redelijke woning te vinden, hij was best eenzaam, de studie was veel zwaarder dan iedereen had gedacht - maar ze werden steeds beter. Ibrahime was - geheel volgens verwachting- voor een aantal tentamens gezakt, maar haalde zijn Afrikaanse achterstand door keihard te blokken langzaam maar zeker in.

Op een druilerige februari dag van dit jaar belde Ingeborg een nieuw telefoonnummer dat Ibrahima haar had gegeven. Tot haar verbazing kreeg ze een antwoordapparaat van ene Mademoiselle Marie Huot et Monsieur Ibrahima Diallo. Er was dus opeens ‘een vrouw op het toneel’, dat gaf de doorslag: tijd om Ibrahima en al zijn metamorfoses met eigen ogen te gaan zien.

WEERZIEN

Helaas kon Flip wegens een werk-deadline niet mee, dus stapte Ingeborg met één van Ibrahima’s grootste sponsors, David de Goede (een chique zakenman&headhunter;&consultant; voor van alles en nog wat) op 3 april 2010 op de TGV naar Bordeaux. Het was Pasen, niet echt een goed moment om de universiteit van Limoges in bruisende activiteit te bezichtigen want de faculteiten waren potdicht, alle studenten en professoren met verlof en op familiebezoek. Jammer, maar het was beter dan niets.

Met een huurauto reden Ingeborg en David in de stralende lentezon van Bordeaux naar Limoges, waar ze rond 15.00 uur aankwamen bij hun hotel-met-uitzicht-op-het-station-van-Limoges, volgens de Guide Michelin een nationaal monument van bijzondere schoonheid. Dat laatste viel reuze mee en helaas had de kamer een betonnen richel voor het raam waar het gebouw geheel achter verdween, maar dat mocht de pret niet drukken. Vanaf het balkon leek Limoges een sympathiek, buitengewoon rustig, beetje ingeslapen, provinciaal stadje dat net uit haar winterslaap was ontwaakt en waarvan de bleke bewoners halsreikend naar de zomer uitkeken. De eerste rokken zonder panty’s en bloesjes met korte mouwen van het jaar werden voorzichtig gedragen, kinderen liepen zonder jas met hun schooltassen. Het was precies wat Ingeborg had gehoopt toen ze Ibrahima had geadviseerd met het uitkiezen van een universiteit: een groot overzichtelijk dorp waar mensen elkaar nog vriendelijk op straat groeten, en niet een immense, onmenselijke metropolis als Parijs of Lyon waar hij wellicht in zou kunnen verdwalen - letterlijk en figuurlijk.

Dit alles overpeinzend zag Ingeborg een steunend en kuchend Japans autootje de weg voor het hotel ophobbelen. Het stopte en er verscheen een melkwitte brunette van achter het stuur. Vervolgens stapte er een gespierde gitzwarte jongeman uit een gedeukte deur. Het kwartje viel niet meteen - er zijn best veel zwarte mensen op straat in Limoges, niet zoveel als in Parijs, maar genoeg om niet metéén aan Ibrahima te denken. Maar het was hem wel. Met Marie, zijn vriendin, met wie hij inmiddels sinds vier maanden gezellig samen woonde.

De omhelzing met Ibrahima was innig, alsof de afgelopen jaren niet hadden bestaan. Marie was gereserveerd. ‘Dat is haar karakter’, verduidelijkte Ibrahime.

BIJPRATEN

Op een terrasje op de Place de la Republique van Limoges konden ze bijpraten, drie uur lang - één uur per jaar.

Ibrahima vertelde hoe verloren hij zich in het begin had gevoeld, hoe het Franse niveau van zijn studie hem als een onbeklimbaar Himalayagebergte had geleken en beangstigd had, hoe erg hij zijn extended african family had gemist. Ook over de lijdensweg wat betreft zijn ogen: het duurde lang voordat hij uit de Franse bureaucratische molen zijn studentenkaart en verzekering kreeg, dus een afspraak met een specialist viel die eerste maanden niet te maken. Hij praatte niet graag over zijn ogen, er is ook niet veel aan te doen. Het is een degenererende ziekte, zijn ogen kunnen alleen maar slechter worden, hij kan zelfs blind worden, maar omdat hij het op jonge leeftijd al had, schijnt het minder snel te gaan. Momenteel is het gestagneerd

Op het station van Limoges was hij indertijd (oktober 2007) opgewacht door de voltallige lokale pers, door afgezanten van de universiteit, door Madame Dutrey, een zeer religieuze katholieke vrouw die zich al jaren over arme Afrikaanse studenten ontfermt en door ene Hotman, een Marokkaanse student die ooit, vier jaar vóór de aankomst van Ibrahime, nét zo verloren en eenzaam in Limoges was gearriveerd. Hij wist dus precies hoe Ibrahima zich voelde, en kon zonder hem ooit ontmoet te hebben zich moeiteloos met hem identificeren.

Hotman had die middag een telefoontje gekregen met de mededeling dat er weer eens een arme sloeber uit Guinee aan zou komen en of hij niet wat kon doen. Hotman werd (en wordt) altijd voor dat soort dingen gebeld. Dus Hotman ging.

Nadat pers & notabelen waren verdwenen en Ibrahima eigenlijk niet zo goed wist wat hij moest doen, heeft Hotman hem opgevangen. Ibrahima heeft de eerste drie maanden in het huis van Hotman en diens vriendin Cécile gebivakkeerd. Godzijdank, want de campus was vol en het is best moeilijk om in Limoges iets betaalbaars te vinden, ook al zijn de huren er beduidend lager dan in een stad als Parijs. Ingeborg wilde meteen meer weten van dit stel, maar Ibrahime zei geheimzinnig: ‘Ik zeg niets meer, je zal ze morgen ontmoeten.’

Daarna ging het gesprek over hoe Ibrahima had gevochten om zijn achterstand in te halen, hoe hij eerst in lullige kamertjes vlak bij het station woonde, hoe hij bijna al zijn tijd studerend in de bibliotheek doorbracht - soms was hij zo moe dat hij daar met z’n hoofd op zijn studieboeken in slaap viel, hoe hij Marie had ontmoet (op de verjaardag van een medestudent) en hoe ze pas hadden besloten om samen te gaan wonen.

Marie keek veel heel verliefd naar Ibrahima en luisterde vooral - ze is nogal verlegen. Ibrahima moest haar aansporen om ons wat over zichzelf te vertellen. Ze komt van een katholieke middle class familie uit Bergerac, haar vader was leraar, haar moeder huisvrouw, na haar studie grafische vormgeving in Bordeaux, is ze nu dé manager van dé drukkerij van dé Gendarmerie van heel Frankrijk. Weer wat geleerd, namelijk dat alle papieren, formulieren en bureaucratische documenten die de Gendarmerie in heel Frankrijk gebruikt, onder de hand van Marie in Limoges gedrukt worden. Veel creatieve uitdaging of bevrediging is er niet bij, merkte ze zelf laconiek op. Maar in deze barre tijden van economische crisis piekert ze er niet over om haar vaste baan op te geven, ook al is haar salaris maar bescheiden. Wat dat betreft is het samenwonen voor zowel Ibrahima als Marie een blessing: in plaats van ieder rond de 500 euro voor een appartementje te moeten betalen, betalen ze nu ieder 250, dat scheelt - en ’t is muziek in onze sponsor-oren.

Ibrahima vertelde ook over zijn eerste stage, vorig jaar zomer 2009, in Guinee bij een lokale notaris. Hij merkte hoe ontzettend veel meer kennis hij inmiddels dankzij zijn studie zakenrecht had opgedaan; de stage verliep rimpelloos. Ook was hij natuurlijk superblij om eindelijk na twee jaar zijn familie weer te zien: hij werd als een held ontvangen en op handen gedragen. Ook het weerzien met zijn achtergebleven Guineese vriendin Nana, was belangrijk. Zij had inmiddels een nieuwe liefde en hij voelde zich daardoor vrij om achter Marie aan te gaan.

Tenslotte ging het gesprek over hoe hij er nu voor staat: in mei /juni moest hij zijn tentamens voor zijn Masters 2 doen. Masters 1 was zakenrecht, Masters 2 is internationaal recht. Hij had goede hoop dat hij dit keer in één keer al zijn tentamens zou halen. Na de zomer moet hij een stageplek kiezen en regelen. Dat zal een zware opdracht zijn, stageplekken zijn nog moeilijker in Frankrijk te vinden dan in Nederland. En hij moet een fundamentele beslissing nemen: wil hij meer de kant van het (internationale) zakenrecht op, of kan hij beter focussen op (internationale) mensenrechten.

In het eerste geval moet hij een stageplek bij een groot bedrijf dat zaken doet met Afrika, liefst Guinee, in het tweede geval moet hij zoeken naar een NGO of een mensenrechten advocaten praktijk.

Serious business, maar eerst zijn tentamens. Daarna kan hij van sponsors en Nimba-supporters alle advies en steun gebruiken om de juiste weg te kiezen. (Alle suggesties zijn welkom!)

Moe van al dat gepraat, besloten David en Ingeborg even naar het hotel te gaan. David de Goede wilde Ibrahima en Marie graag die avond in een bijzonder lokaal restaurant uitnodigen, een extra geschenk bovenop zijn sponsoring, waar hij een bepaald idee bij had. Ingeborg was bezorgd of Ibrahima een dergelijke luxe wel zou appreciëren gezien hoe sober hij leeft en moèt leven. Maar de heer De Goede, die inmiddels zeer onder de indruk was van Ibrahima’s intelligentie en eloquente manier van spreken (wat was Ibrahima niet alleen wat zijn Frans, maar ook wat zijn Engels betreft vooruitgegaan!), zag een grote toekomst voor hem weggelegd – “Ibrahima for president!” David hield daarom voet bij stuk, want in het kader van Ibrahima’s toekomst leek het hem van pedagogisch nut om hem en zijn vriendin een keer een dergelijke ervaring te bieden

SIBERIË

Ingeborg had gereserveerd in het restaurant. Marie en Ibrahima hadden zich extra netjes aangekleed. In het restaurant ontstond enig gedoe. De hostess wilde Monsieur de Goede en zijn gezelschap ergens aan een tafel achterin zetten. Maar David maakte duidelijk dat hij een betere tafel verwachtte. Hij wees met een ‘I won’t take no for an answer’- gebaar naar de beste tafel. Ibrahima en Marie krompen van gêne in elkaar en Ingeborg raakte lichtelijk geïrriteerd. Daar was David gevoelig voor bleek later, toen hij er op een verrassende manier op terug kwam. Aan de juiste tafel, na het uitzoeken van een goede wijn - iets waar Marie en Ibrahima ook een beetje beduusd door werden - hief Monsieur de Goede het glas en hield hij speciaal voor Ibrahime een klein speechje.

David zei ernstig: ‘Kijk, in ieder restaurant heb je een gedeelte dat niet prettig is, dat nét of helemáál niet goed voelt. Ik noem dat ‘Siberië’. Overal zijn er Siberiës, in restaurants, in bedrijven, op je levensweg. Het gaat er om dat je nooit iemand toestaat om je ooit naar welk Siberië dan ook te laten verbannen. Mensen zullen het altijd proberen, dáár kan je niets aan doen. Het is aan jezélf om dat nooit en te nimmer te accepteren. Proost!’

Ingeborg zag de radertjes in Ibrahima’s hoofd op volle toeren draaien.

Tijdens de maaltijd werd Ibrahima scherp ondervraagd door David, die als headhunter getraind is in het interviewen van mensen over wat ze nou eigenlijk verder met hun leven willen - en in het vinden van bijpassende en goede banen, maar zover is het nog niet met Ibrahima.

Ibrahima werd genadeloos aan de tand gevoeld en aan het denken gezet, vooral wat betreft de naderende keuze die hij móet maken: internationaal zakenrecht of mensenrechten.

Ingeborg genoot ervan om te zien hoe Ibrahima zich weerde, verklaarde, en verdedigde terwijl Marie verliefd naar haar ‘beau’ bleef kijken.

Bij het afscheid voor het hotel fluisterde Ibrahima in Ingeborgs oor: ‘Dat is een wijze man, die Monsieur De Goede. Ik heb vanavond veel geleerd.’

Wat dan?, vroeg ze.

‘No more Siberia. When and wherever’, glunderde hij in het maanlicht.