Project update
 Nieuwsbrief zomer 2010
 De saga van mei 2000 - maart 2009
Project bijlagen
Diallo Ibrahima
Mohamed Lamine Camara
het logo van nimba

De geschiedenis van het Yaguine & Fodé Study Project

Mei 2000 – Maart 2009

De saga van Ibrahime Diallo en Mohamed Camara:

HET BEGIN: DE FILM

Het begon allemaal ooit in 2000 met de KRO-documentaire “ Geacht Europa … ” of “ Dear Europe … ”.

De film vertelt het verhaal van twee jongens uit Guinee - een ellendig ‘poste- restante-van-de-duivel-landje’, ingeklemd tussen Siërra Leone en Liberia, hoofdstad Conakry - die in ooit probeerden hun lot te ontvluchten, maar in plaats van hun droom te verwezenlijken, de dood vonden.

Yaguine Koïta was pas 14 en zijn vriendje Fodé Tounkara net 15, toen hun lichamen begin augustus 1999 op het vliegveld van Brussel werden gevonden in het landingsgestel van een Sabena Airbus. Plaats van herkomst: Guinee. Plaats van bestemming: het paradijs. Europa dus.

Een radeloze vluchtpoging van twee tieners uit de ellende van West Afrika. Een sensationeel faits divers. In België ontstond er onmiddellijk een hype, politiek en in de media. Heel even waren de kinderen wereldnieuws. Niet zozeer omdat ze waren gestikt en doodgevroren. Of omdat ze in bevroren toestand nog een paar keer heen en weer waren gevlogen tussen Guinee en België voordat ze ontdekt werden. Maar vooral omdat ze een brief bij zich hadden. Een brief aan de ‘excellenties, bestuurders en leden van Europa’ waarin Yaguine en Fodé uit naam van alle kinderen in Afrika om hulp smeken. Ze wilden natuurlijk voedsel en gezondheidszorg, maar ze smeekten vooral om scholing, een kans om te studeren, een beetje meer perspectief te krijgen.

Verslaggevers Ingeborg Beugel en Cees Overgaauw maakten een jaar later - lente 2000 - voor KRO Netwerk de (bekroonde) documentaire (55 minuten) over het levensverhaal van Yaguine en Fodé.

(Deze 54 minuten documentaire is te zien op het internet: de film Dear Europe)

DE ‘ONTDEKKING’ EN ‘ADOPTIE’ VAN IBRAHIME

Omdat het moeilijk was om een film over twee gestorven tieners te maken, zochten de makers naar een ‘levende gids’ voor hun film: een jongen die hetzelfde uitzichtloze leven leidde als de twee jonge helden. Na lang zoeken vonden ze Ibrahime Diallo. Hij was toen 20, maar door ondervoeding zag hij er uit als 15, dus hij kon die rol nog net vertolken. Niet alleen deed hij dat met verve, maar hij maakte ook persoonlijk diepe indruk op de beide verslaggevers en de cameraploeg. De gehele KRO-crew werd ‘verliefd ‘op hem: Ibrahime was dapper - want er is moed nodig om in een militaire dictatuur voor een camera je mond open te doen en een kritisch geluid te laten horen -, buitengewoon intelligent, ijverig, hulpvaardig, geestig, flexibel en ambitieus. Zijn droom: in Europa studeren. Net als Yaguine en Fodé ooit. In de film zegt hij:

"Als ik had gekund was ik met hen meegegaan Dan was ik nu dood geweest Maar alles is beter dan hier blijven en niets doen

Die opmerking kwam aan. De ploeg en de verslaggevers besloten Ibrahime financieel te adopteren. De twee makers, de cameraman en de geluidsman begonnen maandelijks geld te sturen.

CONTROLE

‘Ibrahime’ is onderhand een heel klein particulier ontwikkelingshulpproject. Het gaat om bescheiden bedragen, maar de sponsors weten dat iedere cent bij hun Afrikaanse protegé aankomt. Hij heeft immers moeten beloven dat hij het geld nooit aan één van zijn (45) behoeftige familieleden zal geven en hij krijgt een supervisor: de Libanese manager van het hotel waar de crew tijdens het draaien van de film vertoefde, Loubna Hachem. Zij volgt zijn studie en rapporteert aan de sponsors. De afspraak is dat de minigeldkraan onherroepelijk dicht gaat, zodra Ibrahime zijn studie verwaarloost. Ibrahime staat onder strenge controle.

MOEDER BIJNA DOOD

Eén keer vraagt Ibrahime tijdens een moeilijk tot stand gekomen telefoongesprek of hij zijn maandelijkse toelage voor één keer aan zijn moeder mag geven. Mama Diallo heeft een blindedarm, net als ooit Yaguine, waar hij toen al, jaren vóór zijn beroemde vluchtpoging, bijna aan gestorven was, omdat zijn vader de dokter niet kon betalen. Maar Yaguine had geluk, de dokter opereerde in zijn geval bij hoge uitzondering voor niets. De sponsors begrijpen dat Ibrahime’s moeder zal sterven als haar arts, die minder ‘vrijgevig’ is dan indertijd die van Yaguine, niet betaald wordt. Ibrahime krijgt toestemming en hij ontvangt zijn onderhoudstoelage voor een tweede maal.

EINDEXAMEN

Ibrahime wil zo snel mogelijk zijn eindexamen halen, want dan kan hij pas naar het ‘paradijs’. Maar dat is in een land als Guinee geen kattenpis. Door de enorme stroom oorlogsvluchtelingen uit de buurlanden naar Guinee waardoor het land in chaos ontaardt, lokale revoltes, mismanagement en corruptie van de overheid en verlammende nationale stakingen van de wanhopige bevolking, sluiten scholen soms hele jaren hun deuren. Veel scholieren geven het op. Ibrahime niet. Door alle vertraging haalt hij pas zijn eindexamen - met vlag en wimpel - in oktober 1999, één dag voor zijn twintigste verjaardag. Voor Europa is dat misschien laat, voor een jongen als Ibrahime een geweldige prestatie.

BIJNA CATASTROFAAL BEZOEK AAN GENÈVE

Een half jaar voor z’n eindexamen geeft de hoofdredacteur van Le Lynx - een satirische krant in Conakry, de enige die soms heel verhuld kritiek op de Guinese dictatuur uit en daardoor voortdurend onder bedreiging staat - Ibrahime samen met nog een meisje en een jongen op om tijdens een bijzondere Millenniumbijeenkomst van de Verenigde Naties gedurende drie dagen in Genève over ‘Migratie en Hoop voor de Afrikaanse Jeugd’ Guinee te vertegenwoordigen. Ibrahime wordt geselecteerd. Hij ontploft van opwinding. Omdat hij alleen korte broeken en een paar T-shirts heeft, moet hij een winteroutfit kopen en een soort tas. Als hij begin maart 2000 in Genève aankomt, vergaat hij van de kou, want hij heeft geen jas. Hij is flabbergasted: het vliegveld, de wegen, de stad, het VN gebouw, het verkeer, al die verlichting, luxe en weelde: het duizelt hem. Letterlijk. Hij verliest soms zijn gevoel voor evenwicht. Maar hij geniet van alle nieuwe indrukken en de internationale contacten. Tot diep in de nacht discussieert hij met de andere studenten van over de hele wereld. ‘s Avonds in zijn hotelkamertje neemt hij helemaal in zijn eentje een beslissing: hij gaat politiek asiel aanvragen. De volgende dag zoekt hij uit hoe je zoiets moet aanpakken. Het blijkt ingewikkelder dan hij dacht. Hij durft niet met Ingeborg te bellen - ze zou het hem verbieden - en hij wordt steeds banger. Als hij begrijpt dat hij hoogstwaarschijnlijk geen asiel zal krijgen, dat hij wordt teruggestuurd en dat hij dan al zijn kansen voorgoed vergooid zal hebben om ooit in Europa te studeren, ziet hij van het plan af. De illegaliteit in gaan is geen optie, dan kan hij ook nooit studeren. Diep bedroefd en vol angst voor de toekomst keert hij braaf terug naar Conakry. Hij zal Ingeborg pas jaren later over zijn vluchtidee in Genève vertellen.

‘SNOEPJES’

In die tijd coördineert verslaggever Ingeborg Beugel alles en vooral zij heeft persoonlijk het meeste contact met Ibrahime.

Over Ingeborg Beugel: zie Wikipedia en kijk op:

Direct na zijn eindexamen probeert Ingeborg voor Ibrahime Franse of Belgische studiebeurzen te regelen - Guinee was een oud-franse kolonie en gezien Ibrahime’s taalkennis ligt studeren in Parijs of Brussel het meest voor de hand. De sponsors beschikken namelijk helaas niet over genoeg geld om zelf een heuse studie in Europa voor Ibrahime te betalen.

Het blijkt een onmogelijke opgave, want ‘officiële beurzen’ van de meeste EU-landen worden niet direct aan eventuele aan studiekandidaten verstrekt, maar aan de corrupte presidenten van Afrikaanse landen. En die verdelen dit soort ‘snoepjes’ alleen maar onder de kinderen van hun politieke en militaire vriendjes.

PLAN B

Het wordt snel duidelijk dat Ibrahime geen schijn van kans heeft. Dus ontstaat plan B: Ibrahime zal een stapje vóór hebben, betere papieren in handen hebben om individueel door een Franse of Belgische universiteit toegelaten te worden, als hij eerst een vier jaar durende studie aan een lokale universiteit heeft afgerond. Een eindexamen in Guinee is namelijk niet voldoende om in Frankrijk of België te studeren, een Guinese doctoraalbul wel - dat staat ongeveer gelijk aan een Europees (VWO) eindexamen.

Een staatsuniversiteit is geen optie, die is meer dicht dan open, je kunt er diploma’s ‘kopen’ en universiteiten in Europa accepteren de papieren van die soort instellingen simpelweg niet. Dus Ibrahime gaat naar een kleine, particuliere lokale universiteit: University International College in Conakry waar hij gedurende 4 jaar Business Law gaat studeren. Drie van de vier sponsors gaan door met maandelijks geld te storten - per persoon ietsje meer dan voorheen.

VERRASSING

Ibrahime is erg teleurgesteld dat hij nog zo veel langer moet wachten voordat hij naar Europa kan vertrekken, maar hij houdt zich sterk. Hij studeert keihard van september 2002 tot mei 2006. Dan haalt hij zijn Masters Business Law.

Het is politiek een rumoerige periode, de situatie is alles behalve stabiel: een moeilijke tijd voor studenten om zich te concentreren. In die tijd telefoneert Ingeborg geregeld met hem. Ze stuurt hem ook cadeautjes, waaronder een Assimile taalcursus Engels, met ouderwetse cassette bandjes en een cassette recorder én een mobiele telefoon om hem makkelijker te kunnen bereiken. Op afspraak via een vaste lijn bellen is een ramp, de lijnen zijn vaak bezet, het duurt soms uren of het gaat mis.

Op een goede dag belt Ibrahime haar zelf. Dat deed hij nooit, dus Ingeborg schrikt. Is er weer iets ergs met zijn familie gebeurd? No not at all on the contrary, zegt Ibrahime. Hij staat haar in uitstekend Engels te woord. Naast zijn studie heeft Ibrahime eigenhandig Engels geleerd. Ze huilen tranen van vreugde. Ibrahime heeft nu ook een E-mailadres en de communicatie wordt een stuk makkelijker.

EEN MEDE STUDENT WORDT VERMOORD

Programmaker Ingeborg Beugel gaat ondertussen door met het zoeken naar mogelijkheden om Ibrahime na het halen van zijn lokale bul naar Europa te krijgen met behulp van een beurs. Maar alle wegen lopen dood. Het wordt in 2005 steeds duidelijker - ook door het verhardende immigratie beleid van Frankrijk en België, net als in Nederland waar Rita Verdonk de grenzen dicht gooit - dat het waarschijnlijk niet zal lukken om Ibrahime’s droom te verwezenlijken: een studie in Europa. De drie sponsors weten niet hoe ze het Ibrahime moeten vertellen. Ze willen dat ook niet doen vóór mei 2006, wanneer hij zijn laatste tentamens moet doen, omdat hij anders de moed zou kunnen verliezen. Ze besluiten dus om met het onheilsbericht te wachten.

In januari 2006 moet Ingeborg een moeilijk telefoontje plegen. Ze wil Ibrahime op Het Vreselijke Nieuws voorbereiden door hem alvast te waarschuwen dat hij zeker niet al in september 2006 ergens in Frankrijk of België zal kunnen beginnen. Hij moet namelijk al vóór eind mei 2006 zijn papieren aan verschillende Franse/Belgische universiteiten voorleggen om ergens toegelaten te kunnen worden. Maar hij zal zijn diploma waarschijnlijk pas in juli zal krijgen. Logistiek is het daarom sowieso onmogelijk om in dat zelfde jaar elders door te studeren. Ze moet hem dus vertellen dat hij zeker nog één heel jaar in Guinee zal moeten blijven, waarin hij ook zal moeten gaan werken. Terwijl er nauwelijks werk is. Wel voor mensen die in het buitenland hebben gestudeerd, maar niet voor iemand die lokaal heeft gestudeerd, tenzij zo iemand ‘politieke kruiwagens’ heeft en die heeft Ibrahime niet. Met lood in haar schoenen belt ze hem op, want ze weet dat ze hem in de zomer uiteindelijk zal moeten vertellen dat hij hoogstwaarschijnlijk nooit naar Europa zal kunnen vertrekken.

Ze treft hem op een heftig moment: op straat, vlak bij zijn huisje, is een protestmars van woedende studenten en burgers aan de gang. De demonstranten willen beter onderwijs en een nieuwe president. Ibrahime is geëmotioneerd en wil mee demonstreren. Ingeborg ziet onmiddellijk een afschuwelijk scenario voor zich: hij wordt door de militaire politie in elkaar geslagen, raakt zwaar gewond, kan zijn studie niet afmaken en alle moeite is voor niets geweest. Met al haar overredingskracht verbiedt ze hem naar buiten te gaan. Hij houdt z’n mobieltje even bij het raam waar hij onder zit en ze hoort live over de telefoon hoe de zaak escaleert: het geweld neemt toe, politie en leger meppen op de bevolking in, mensen raken zwaar gewond. Ze is bang dat hij als hij ophangt toch mee gaat doen, dus ze houdt hem een uur aan de lijn. Ibrahime kijkt door de spleten van zijn zelfgebouwde houten ‘studeerhutje’ en ziet hoe voor zijn ogen een student wordt vermoord. Een traumatische ervaring, die hem maandenlang achtervolgt. Hij voelt zich een ‘verrader’. Hij heeft een medestudent laten doodknuppelen zonder te helpen en dat alles voor een hoger doel: studeren in Europa, die droom die steeds langer op zich laat wachten, steeds meer onbereikbaar lijkt te worden.

Ibrahime studeert in hutje op grond

IBRAHIME HAALT Z’N DIPLOMA EN ALWEER EEN NIEUW PLAN

Ibrahime lijdt onder zijn schuldgevoel. En de onrust in Guinee blijft aan, simpelweg colleges volgen is soms een onmogelijke opgave. Toch studeert hij verbeten door. In juli 2006 haalt Ibrahime zijn bul, alweer met prachtige cijfers. De instellingen en infrastructuur van het land liggen voortdurend plat, dus hij krijgt zijn universiteitspapieren pas eind oktober daadwerkelijk in handen. Omdat hij zo dapper en met succes tegen zijn schuldgevoel heeft gevochten - en ondanks alles niet heeft opgegeven - durft Ingeborg hem simpelweg niet te vertellen dat ze bij god niet meer weet hoe ze hem naar Europa moet krijgen. Ze schuift het onheilsgesprek voortdurend voor zich uit. Ibrahime heeft geen idee hoe zwart de wolk is die boven zijn hoofd hangt. Ingeborg ontwikkelt een nieuw plan. Via haar werk en op het Griekse eiland - waar ze als Balkan correspondent tijdens de oorlog in toen nog Joegoslavië woonde - kent ze een aantal miljonairs. Ze maakt Dvd-kopieën van de film “DEAR EUROPE…” en schrijft een verhaal over Ibrahime. Ze houdt viewings bij haar thuis, gaat bij een paar mensen langs, anderen spreekt ze over de telefoon. Haar doel is om al deze rijke mensen ervan te overtuigen geld te doneren om Ibrahime in Frankrijk te laten studeren. Sommigen huilen bij het zien van de film, anderen zijn geroerd door alleen al het verhaal. De meesten beloven om mee te helpen, Ingeborg moet ze mailen of bellen als het moment daar is. De drie beschermers van Ibrahime zijn blij en vol goede moed, Ibrahime is euforisch.

De drie sponsors blijven geld geven, nu minder, want Ibrahime werkt. Hij helpt bedrijfjes met het installeren van computers, brandt illegaal Dvd’s en Cd’s die hij op straat verkoopt en hij werkt bij een lokaal advocatenkantoor als nachtconciërge, maar hij klimt daar vanwege zijn kennis snel op tot ‘juridisch adviseur’. De directeur van het kantoortje laat hem steeds meer doen, profiteert van hem, maar Ibrahime krijgt daar niet voor betaald. Hij geniet echter van zijn nieuwe ‘status’ en ziet het als een investering voor de toekomst.

ALWEER EEN TELEURSTELLING - EN CONDOOMS

Ibrahime stort zich in de winter van 2006 ook op het voltooien van zijn dossier voor de toelating op een Franse universiteit- België als optie is intussen van de baan, hij concentreert zich op één land. Voor een Europeaan is het nauwelijks voor te stellen hoe verschrikkelijk moeilijk en ingewikkeld een dergelijke toelatingsprocedure voor een Afrikaanse student is. Je moet je bij verschillende universiteiten aanmelden, zodat je meer kans hebt om érgens aangenomen te worden. Met het Franse consulaat valt niet te communiceren, je kunt alleen via websites de nodige - meestal onduidelijke - informatie krijgen. Behalve je lokale geboortebewijs (bijna niet ‘gewoon officieel’ te verkrijgen), paspoort en identiteitsbewijs (ook een soort mission impossible) moet je al je diploma’s met waanzinnig veel stempels van Guinese ministeries die deze alleen tegen betaling - smeergeld - geven, een bewijs van financiële onafhankelijkheid, een garantie dat je terugkeert naar je land en niet in Frankrijk zult blijven ‘hangen’, een ‘motivatie’, referenties en nog veel meer in een dossier opsturen. Hij wordt van het kastje naar de muur gestuurd, het kost hem onnoemelijk veel tijd en energie en hij loopt tegen lokale corruptie en onmogelijke eisen van de Franse immigratie dienst aan.

Af en toe is hij wanhopig, Ingeborg blijft hem moed inspreken. Gelukkig heeft Ibrahime ondertussen een echte vriendin: Nana, die in Conakry als secretaresse bij een klein advocatenkantoor werkt.

Nana steunt Ibrahime in al deze ellende, ook al weet ze dat ze, als het allemaal lukt, haar geliefde voor lange tijd zal moeten missen. Ingeborg is blij, maar ook als de dood dat Nana zwanger wordt. Ze kent Ibrahime: hij zou nooit een vrouw met een kind achterlaten. Ze drukt hem op het hart om voorbehoedsmiddelen te gebruiken en heel voorzichtig te zijn. Ze stuurt hem zelfs een keer een groot familiepak condooms, waar Ibrahime enorm om moet lachen, want er is veel niet te krijgen in Guinee, behalve condooms.

In januari 2007 is het tijd om de miljonairs te benaderen voor de nodige financiële garanties. Ondertussen stelt Ingeborg zich persoonlijk garant: ze stuurt haar arbeidscontract, loonstrookjes, bankafschriften, een document 'de solvabilité bancaire', en een persoonlijke brief waarin ze als EU-burger garandeert dat Ibrahime niet illegaal zal worden en zich verantwoordelijk stelt voor al zijn kosten.

In februari 2007 stuurt Ibrahime een prachtig dossier in drievoud (170 euro per dossier!) naar Franse universiteiten voor een studie internationaal recht: één naar Limoges, één naar La Rochelle en één naar Poitiers.

Het zou als een triomf moeten voelen, maar op dat moment is er wéér sprake van een giga back set: de door Ingeborg in de zomer van 2006 benaderde gefortuneerde kennissen en contacten via haar werk geven niet thuis. Sommigen reageren gewoon niet, anderen zeggen dat ze achteraf gezien toch liever geen individu, maar liever een project of ten minste meerdere studenten financieel willen steunen. Het belangrijkste argument om niets te willen geven is: het moet belastingaftrekbaar zijn, dus ‘men’ wil alleen aan een officieel geregistreerde stichting doneren, niet aan een amateuristische particuliere bankrekening voor Ibrahime.

WEDEROM EEN NIEUW PLAN: STICHTING NIMBA

Ingeborg is ten einde raad. Een fonds of stichting in Nederland of waar dan ook in het leven roepen kost een hoop geld en veel te veel tijd: je moet een nummer van de kamer van koophandel kopen, een notaris inhuren, een bestuur benoemen en een bonafide jaarverslag met een officiële verantwoording van de uitgaven ophoesten.

Wat nu? Opeens herinnert Ingeborg zich de zusters Marijke Clabbers en Nelly Klein, the founding mothers van een stichting voor gehandicapte kinderen in Conakry: Stichting NIMBA. (Deze website!).

In 2000 hadden Marijke en Nelly Ingeborg enorm geholpen met het maken van de film. Via NIMBA werd indertijd een chauffeur georganiseerd, kreeg ze contact met de satirische krant Le Lynx en nuttige informatie over hoe je je in Guinee, zeker wat betreft de instanties, dient te gedragen. Bovendien had Ingeborg toen ze in Guinee was Centre Nimba bezocht, een opleidingscentrum waar lichamelijk gehandicapte kinderen gratis onderwijs en een vakopleiding krijgen. Ze was ze zeer onder de indruk geraakt van het succes en het doorzettingsvermogen van deze twee struise Hollandse vrouwen - want het moge duidelijk zijn: het oprichten van een dergelijke school is in een land als Guinee een bewonderenswaardige prestatie.

Ingeborg benadert NIMBA met de vraag of de stichting als paraplu voor het studieproject van Ibrahime wil dienen. Het bestuur vindt het meteen goed.

Zo ontstaat alwéér het volgende plan:

Onder de vleugels van Stichting NIMBA - dat aan alle officiële eisen voor een stichting voldoet - wordt het Yaguine & Fodé Study Project geboren. Het krijgt een eigen webpagina op de NIMBA site en een eigen bankrekening, sponsors kunnen wanneer ze willen verantwoording van de uitgaven opvragen en blijven strikt anoniem.

MOHAMED CAMARA

Behalve Ibrahime, worden er vijf kandidaten bij naast Ibrahime gezocht, geselecteerd door NIMBA. Van de vijf jongens - meisjes worden in Guinee enorm voorgetrokken door NGO’s, daarom kiest NIMBA bij uitstek voor jongens - steekt er één kandidaat met kop en schouders naast Ibrahime uit: Mohamed Camara, 29 jaar. Mohamed Camara, 29 jaar toen.

Van de vijf heeft alleen hij óók een lokale universiteit doorlopen: université General Lansane Conté de Sofonia in Conakry, waar hij een Masters in Civil Law (Privaatrecht) haalde.

Diploma Mohamed Camara 2006

Om eerlijk en serieus ten aanzien van de toekomstige sponsors te zijn, moet nu ook Mohamed een dossier samenstellen en aan drie Franse universiteiten voorleggen. De kosten van Mohameds dossiers worden persoonlijk door Marijke Clabbers betaald, ook al is er nog helemaal geen geld. Ingeborg, doodsbang dat Ibrahime ‘benadeeld’ zal worden, spreekt af dat er éérst voor Ibrahime genoeg geld verzameld moet worden voor zijn overtocht, inschrijving en minstens één jaar studeren. Pas als er genoeg geld over blijft, heeft Mohamed ook een kans. Na zeven jaar vechten voor Ibrahime, gaat Ibrahime vóór, beslist Ingeborg

WEER GEEN GELD

In juni 2007 komt het grote nieuws: Ibrahime is vol lof door maar liefst twee Franse universiteiten geaccepteerd: in Limoges en in Poitiers. Het verdict voor Mohammed laat nog even op zich wachten.

Ibrahime is in alle staten. Het is alsof hij Frankrijk kan ruiken, zijn droom kan aanraken. Wederom benadert Ingeborg ‘haar’ miljonairs. Nu is aan al hun eisen voldaan, zal het wel lukken, weet ze zeker.

Maar wéér krijgt ze nul op rekest.

Het is begin juli 2007. Ingeborg zit jankend achter haar computer: aan alles is voldaan, alles is gelukt om Ibrahime bij een Franse universiteit binnen te krijgen, maar nu de droom na al die jaren bijna werkelijkheid kan worden, mislukt het wéér.

Er is gewoon geen geld.

Ingeborg ziet het niet meer zitten. Ze kan geen ‘alweer-een-nieuw-plan’ bedenken. Haar fantasie geeft het op. Ze is uitgeput. Scheldend op de ‘onbetrouwbare miljonairs’, razend, tierend en huilend loopt ze door haar huis.

DE ´BEDELBRIEF´ VAN FLIP SCHRAMEIJER

Ingeborgs toenmalige partner Flip Schrameijer, schrijver en socioloog, kan het niet meer aanzien. Hij heeft al die jaren de strijd voor Ibrahime van dichtbij meegemaakt, betaalt inmiddels zelf ook allang mee en heeft via de mail en telefonisch een persoonlijk contact met de Guinese student opgebouwd. Hij neemt een fundamentele beslissing: hij wil een ‘bedelbrief’ opstellen en aan alle kennissen en contacten van Ingeborg en zichzelf rond mailen.

Ingeborg vindt het niks. Ze is huiverig voor een bedelbrief. Pessimistisch voorspelt ze dat mensen onverschillig zullen zijn, iedereen krijgt per dag allerlei actie - en bedelbrieven over de mail, de meesten verdwijnen in de prullenbak. Maar Flip zet door. Hij schrijft een prachtige, ontroerende, ‘rustige’ brief - in tegenstelling tot Ingeborg, die behoorlijk drammerig kan zijn en daardoor haar doel wel eens voorbij schiet.

Ingeborg geeft toe - wat is er bovendien te verliezen? Uren brengen ze samen door om een lijst te maken van alle mensen die benaderd moeten worden.

Vanaf begin juli 2007 gaat de ‘eerste bedelbrief’ de deur uit aan meer dan 450 mensen:

GROOT SUCCES VANWEGE FLIPS BEDELBRIEF

Dagenlang zitten Flip en Ingeborg in Amsterdam in spanning. Aan de andere kant van de oceaan houdt Ibrahime het bijna niet meer. Soms belt hij midden in de nacht: Is er al een reactie? Komt er geld binnen?

Na een week gebeurt Het Wonder: ONTZETTEND VEEL MENSEN REAGEREN POSITIEF. De reacties op Flips brief zijn hartverscheurend. Allerlei mensen van extreem verschillende pluimage - vrienden, vage kennissen, zakenmensen, journalisten, academici, politici, jong en oud, wel of niet rijk, wel of niet werkloos - besluiten geld te sturen. Flip vroeg om 50 of 150 euro per persoon. De donaties variëren van 10 tot 1200 euro - zelfs sommige miljonairs komen alsnog over de brug. Een verpleegster zet haar fotocamera voor Ibrahime op markt.nl, een ‘arm’ lerarenechtpaar geeft 450 euro, een tiener 15. Flips moeder stuurt vanaf dat moment 30 euro per maand, een collega die uitgever is van het internetblad Afrika Nieuws zet de bedelbrief en achtergrond info op het net, Eerste Kamerlid Anja Meulenbelt zet alles op haar blog.

Zelfs mensen die Ingeborg en Flip niet kennen maar via via de bedelbrief hebben gekregen, storten geld. Het houdt niet op. Ingeborg en Flip zijn diep geroerd en kijken met tranen in hun ogen naar de update lijst van sponsors die groeit en groeit.

Tegen het einde van augustus 2007 is er 13.615,78 euro met hoop op meer.

Ibrahime viert met zijn vrienden feest op een heuvel met uitzicht over Conakry. Niet alleen hij huilt, zijn vrienden en vriendinnen ook: het is alsof hij opeens ook hún hoop en dromen belichaamt. Zijn blijdschap versmelt met die van hen. Nooit eerder leek het gezegde: 'You save one you save the world' zó waar….

En Ingeborg en Flip geloven voor het eerst in lange tijd weer in ‘de goedheid van de mens’.

En Ibrahime, de schat, horend dat er meer binnenkomt dan de beoogde 10.000 voor het eerste jaar, denkt onmiddellijk aan Mohamed:

"Dan leef ik wel van minder, neem ik er wel een baantje bij, maar hij móet kunnen komen. Ik zou me vreselijk voelen als ik wel en hij niet kan studeren.” Vanaf midden oktober zijn de giften wel zo’n beetje opgedroogd. De teller staat dan op 16.557!

DE VISUMAANVRAAG

Er is weinig tijd voor al deze euforie - die Mohammed nog niet helemaal deelt, want er is wat hem betreft nog steeds geen nieuws van ‘zijn’ Franse universiteiten. Ibrahime moet als de sodemieter een volgend dossiertraject in. Hij moet zo snel mogelijk een visum voor Frankrijk zien te krijgen bij het Franse consulaat in Conakry. Hij moet namelijk eigenlijk 14 augustus, maar uiterlijk 14 september 2007, in Limoges zijn voor de studie-introductiedagen - en om een goedkope kamer op de campus te kunnen bemachtigen.

In paniek belt hij op: het is een chaos voor de ijzeren poort van het consulaat, dat in hetzelfde gebouw zit als dat van de ambassade. Honderden huilende en gillende Guineeërs staan zwaaiend met paspoorten en papieren bij de ingang. Achter de tralies staan zwaar bewapende bewakers stoïcijns naar de meute te kijken. Soms komt er een meneer in een deftig pak die nummers oproept, waarna een paar mensen naar binnen mogen. Je kunt met niemand praten, je kan er niet in, alleen op afspraak via E-mail. Het is een vernuftige Franse selectiemethode: analfabeten en mensen die niet bij een computer kunnen vallen op deze manier meteen af.

Op de website van het Franse consulaat staat een lange lijst met eisen, nog ingewikkelder dan die van de universiteit eerder dat jaar. Het originele universiteitsdossier dat in Frankrijk ligt, moet met DHL naar Conakry, samen met de brief van de decaan van de universiteit van Limoges dat hij daar is toegelaten. Naast de persoonlijke financiële garantstelling van Ingeborg, zijn er nu ook de papieren van NIMBA en het bewijs dat Ibrahime door ongeveer 450 sponsors wordt gesteund. Als IEMAND aan alle onmogelijke Franse eisen voldoet, is Ibrahime het wel. Ingeborg en Flip maken zich geen enkele zorgen.

Ibrahime meldt zich via E-mail aan voor een afspraak - een gesprek waarin hij zijn dossier moet overhandigen en ondervraagd zal worden door het personeel van het consulaat. Hij moet wachten op een nummer. Met dat nummer in de hand moet hij dan iedere dag vanaf 7 uur voor het consulaat staan. Net zolang totdat zijn nummer geroepen wordt. Het roepen duurt tot 12 uur. Als je nummer dan niet is geweest kan je naar huis, om de volgende dag terug te komen. Als je er niet bent wanneer het je beurt is, moet alles opnieuw.

Dagenlang staat Ibrahime van 7 tot 12 - wanneer de zon al een paar uur gloeiend aan de hemel schroeit - tussen de verhitte kandidaat emigranten. Hij wordt steeds wanhopiger. Hij ziet mensen van wie de visumaanvraag mislukt is in elkaar zakken, hij ziet mensen gek worden, hoort de meest ontmoedigende verhalen. Sommigen staan daar al meer dan drie weken, iedere dag weer, maar ze horen nooit hun nummer. Hij praat met iemand die zegt dat hij weet hoe hij voor een som geld een visum kan kopen - succes gegarandeerd. (Ingeborg weigert pertinent hier aan mee te werken als Ibrahime haar wanhopig na één week tevergeefs wachten deze ‘oplossing’ voorstelt.)

Ibrahime ‘heeft geluk’. Al in de tweede week wordt zijn nummer afgeroepen. Na afloop van het gesprek belt hij Ingeborg en rapporteert: hij sprak met twee mensen, beide Guineeërs, de consul zelf laat zich niet zien, ze namen zijn dikke dossier aan maar waren alles behalve onder de indruk, stelden routine vragen, toonden zich totaal niet geïnteresseerd in NIMBA, in het ‘unieke’ van zijn verhaal, in hem. Hem werd kil medegedeeld dat hij zijn paspoort moest afgeven en opgeroepen zou worden. Toen hij vertrok zag hij in zijn ooghoek een bordje hangen: 'tout refus de visa n’est pas argumenté' (‘weigering van een visum wordt niet beargumenteerd’)

TOTALE RAMP

Het wachten op bericht van het Franse consulaat is killing voor Adam - en voor Conakry. De tijd kruipt stroperig voort, er kan geen vliegticket gekocht worden zolang Ibrahime geen visum heeft. Het duurt veel te lang. In een poging om de zaak te versnellen mailt Ingeborg naar de Franse consul, wier mailadres ze na veel gedoe weet te achterhalen.

Sommige sponsors vragen hoe het nu gaat met hun Afrikaanse beschermeling - is hij nou al aangekomen, zijn studie begonnen? Ingeborg en Flip durven niet te antwoorden.

Ondertussen is er even een lichtpuntje: Mohammed is ook geaccepteerd door een Franse universiteit in Chambéry. Nu moet Mohammed alsnog zíjn visumaanvraag regelen. De Ibrahime-saga maal twee

Op dinsdag 11 september - blijkbaar een datum waarop allerlei rampen gebeuren - stuurt de consul Ingeborg een mail en kondigt aan, zonder uitleg, dat Ibrahime GEEN visum zal krijgen. Details: mailwisseling met consul, van beneden naar boven lezen.

Ingeborg en Flip zijn verslagen, ze krijgen Ibrahime niet te pakken. Ze slapen niet en lopen doelloos rond met de kennis van de onbegrijpelijke consulaire beslissing - ze durven niet te mailen, houden vast aan de mogelijkheid dat er misschien een vergissing is en dat hij als hij wordt opgeroepen wel zijn visum zal krijgen.

Diezelfde avond belt Ibrahime Ingeborg. Ze hoort in eerste instantie alleen zijn stem: gebroken, rauw, pijn. Hij kan niet uit zijn woorden komen. Hij schreeuwt als een leeuw, huilt voor het eerst - als een hyena - , is volkomen onverstaanbaar. Maar er zijn geen woorden nodig. Ze begrijpt dat het onvoorstelbare, het onmogelijke, het onbegrijpelijke is gebeurd: Ibrahime, de ambassadeur van Yaguine en Fodé, de ideale studentkandidaat, die dankzij 450 sponsors aan alle onmogelijke eisen van de xenofobe Franse overheid voldoet, krijgt géén visum.

Ingeborg en Flip zijn verbijsterd, verlamd. Uit alle macht lukt het ze, beurtelings aan de telefoon, om hem te kalmeren, zijn verhaal op begrijpelijke manier te laten vertellen:

Hij is via de mail opgeroepen, gaat naar het Franse consulaat, weer met een nummer, maar nu kan hij, als hij aan de man in het pak zijn nummer weet door te geven door het vervaarlijke hek naar binnen. Hij staat met 30 anderen tussen het hek en het gebouw. Het bordje met de tekst 'tout refus de visa n’est pas argumenté' hangt dreigend - groter dan eerst? - boven zijn hoofd. Een klein, vierkant luikje gaat open in een muur. Een hand komt naar buiten en reikt paspoorten uit. Dan gaat het luikje weer dicht. Het groepje desperado’s bladert collectief door hun paspoorten: staat er wel of geen stempel ? Want dat IS na al deze ellende HET miserabele visum. Twee mensen beginnen te juichen. De rest begint één voor één te jammeren. Ibrahime bladert en bladert, honderd keer. Er staat geen stempel, er staat niets. Zijn gloednieuwe paspoort is net zo blanco als toen hij het inleverde. En nee, precies zoals het bordje al deed vermoeden, niemand, helemaal niemand legt uit waarom.

En oh ja, bijna vergeten, zegt Ibrahime tussen twee snikken door: inmiddels is ook Mohammed opgeroepen om zijn paspoort te komen halen.

HET ZOVEELSTE NIEUWE PLAN

Het is die avond te laat om professor Helene Pauliat, de decaan van Limoges, te bellen. Dat doet Ingeborg de volgende dag, uit frustratie en onmacht barst ze in huilen uit. Of de decaan , s’il vous plait madame, de consul persoonlijk onder druk wil zetten met een mail. Dat is het enige zoveelste nieuwe plan dat Ingeborg en Flip kunnen bedenken.

Decaan Pauliat is geroerd en verontwaardigd. Ze schrijft op 12 september een magistrale E-mail: De brief van decaan Helene Pauliat aan de Franse consul. Ze stuurt een CC naar Ingeborg die onthutst is. In geraffineerd diplomatiek Frans, geeft Madame de consul voor de goede verstaander schriftelijk een flinke klap in zijn gezicht. Amsterdam en Conakry hebben weer hoop: de consul MOET nu wel zijn beslissing - waar is die op gebaseerd?- herzien. Ook Ibrahime schrijft een ontroerende smeekmail naar de consul.

OORLOG

Weer moet iedereen wachten, wachten op Consul Godot. Op donderdagavond belt de decaan: ze heeft net een antwoord gekregen, koud en hautain. Het is een definitief ‘NEE”: het negatieve antwoord van de consul.

Ingeborg bevriest. Ze kan nog net stamelen of ze, indien nodig, de mail van de decaan aan de pers mag doorgeven. De decaan geeft toestemming, maar waarschuwt Ingeborg dat het waarschijnlijk niets zal uitmaken, dat niemand geïnteresseerd zal zijn, dat het een verloren zaak is.

Flip en Ingeborg nemen een besluit: het is nu OORLOG. Oorlog met Frankrijk, oorlog voor Ibrahime, oorlog - beetje laat - voor Yaguine en Fodé.

Niemand weet op dat moment wat de arme decaan te wachten staat.

AMSTERDAM WORDT EEN PERSCENTRUM

Flip en Ingeborg nemen beiden vrij - wat ze van plan zijn is niet meer te doen in hun vrije tijd, tijdens de gebruikelijke nachtelijke uren.

Hun huis wordt in no time een soort amateuristisch perscentrum, vrienden en collega’s komen helpen. Er zijn 4 computers, 6 mobiele telefoons en een vaste lijn. In totale chaos wordt alles en iedereen die ze kennen gemobiliseerd: de pers in Nederland en in Frankrijk, diplomaten, politici, name it. Het trieste verhaal van Yaguine en Fodé herinnert zich bijna iedereen, Ibrahime als hun ambassadeur ‘doet het goed’, het ‘wordt opgepikt’. Zonder de dood van die twee tieners was het niet gelukt om ook maar enige interesse voor ‘de zaak Ibrahime’ te wekken, realiseren de ‘organisatoren’ zich maar al te snel.

ZELFMOORD FANTASIEEN EN EEN ONVOORSTELBAAR TOEVAL

Ibrahime ligt apathisch op bed. Hij heeft suïcidale gedachten. Hij belt Ingeborg af en toe en herhaalt schor voortdurend hetzelfde: wat heb ik misdaan- waarom gebeurt dit- waar zijn al die jaren werken, wachten, (wan)hopen goed voor geweest?

Ingeborg stelt zich voor dat als zij zelf Ibrahime zou zijn, óf ook dood zou willen óf zich bij Al Qaida zou willen aansluiten. Dat lijkt opeens vrij logisch, dat is wat je krijgt als je als westen de zogenaamde ‘superieure westerse democratie’ tegenover de ‘inferieure Afrikaanse dictatuur’ predikt, regels opstelt, van alles eist en mensen het absolute vertrouwen geeft dat ze in alle westerse correctheid met een visum gehonoreerd zullen indien ze aan die al die onmenselijke eisen voldoen.

(Wie tot hier is gekomen, wie dit allemaal leest, zal wel moe zijn. Misschien kan diegene zich dan voorstellen hoe moe Ibrahime& friends toen waren…)

En dan gebeurt het - sommigen noemen het toeval, anderen 'support of nature', weer anderen de hand van god. Vlak voor het weekend - Ingeborg en Flip cum sui hebben een paar dagen in pyjama achter de computer doorgebracht, geen tijd om aan te kleden, veel te weinig slaap, huis blauw van de rook, telefoons voortdurend in gesprek, adrenaline, strijdlust, onmacht, woede - is er sprake van een onvoorstelbare coincidence. (Of niet dus?)

Het selfmade press team komt te weten dat de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Maxime Verhagen, die aanstaande maandag 17 september zijn Franse collega, Bernard Kouchner, in Parijs op de Quai d´Orsay zal ontmoeten. De twee hoge heren moeten het hebben over het nucleaire gevaar van Iran en hun rendez-vous staat al 3 maanden vast - alsof het in de sterren stond geschreven.

DE FRANSE MINISTER BUZA ONDERZOEKT DE ZAAK DIALLO

Franse en Nederlandse journalisten bellen op zaterdag de respectievelijke ministeries van buitenlandse zaken plat. De unanieme vraag is: ‘Staat, behalve de Iranese atoombom, óók ‘de zaak Ibrahime Diallo’ op de agenda?’

Het arme personeel van het ministerie dat op een zaterdag telefoontjes van de pers moet aannemen heeft geen idee, maar maakt volgens protocol braaf aantekeningen. (De Volkskrant 17 sept en Het Parool 17 sept)

Maandagochtend vroeg vliegt de Nederlandse minister van BuZa met de Volkskrant op zijn knieën naar Parijs, zowel hij als zijn Franse collega Kouchner worden ingelicht over een Afrikaanse student die voor onbegrijpelijke reden geen visum heeft gekregen, terwijl hij door 450 Nederlandse en andere sponsors wordt gesteund aan alle Franse immigratie-eisen voldoet.

Na een overleg tussen twee ministers BuZa volgt altijd een persconferentie. Normaliter komen daar routinematig één of twee journalisten opdagen. Deze keer is het bomvol. De beide heren krijgen nauwelijks de gelegenheid om over ‘Iran en de bom’ te praten, ze worden vooral bevraagd over Ibrahime.

Kouchner neemt het heft in handen. Hij zegt dat hij het dossier van Ibrahime persoonlijk zal behandelen en verklaart: "Ik denk dat er ergens iets ontspoord is, dat er iets fout is gegaan en ik zal kijken wat ik kan doen.” precieze citaat Kouchner

Het ‘persteam’ in Amsterdam houdt z’n adem in. Als het nieuws doorkomt over de verklaring van de Franse minister, is het feest, champagne… Die afgelopen donderdagavond leek alles nog totaal hopeloos, de volgende maandag rond het middag uur is de zaak Ibrahime op het allerhoogst denkbare Franse politieke niveau getild. Er is weer hoop. Zelfs Ibrahime droogt zijn tranen.

HET DOSSIER VAN IBRAHIME BLIJKT ´LEEG´ TE ZIJN

Na de ministeriële ontmoeting volgen de gebeurtenissen elkaar razendsnel op.

De Nederlandse en Franse pers berichten een paar dagen achter elkaar - soms behoorlijk verontwaardigd - over de onverklaarbare visumweigering van Ibrahime, de ‘ambassadeur van Yaguine en Fodé’ , de twee in het vliegtuig gestorven jongens die zich iedereen herinnert. Veel artikelen melden dat hij 24 in plaats van 27 is, dat schept wel enige verwarring - raar, want alle journalisten hebben zijn geboortedatum doorgekregen: 6 oktober 1979. Oud politicus Hans van Mierlo, Europarlementariër Thijs Bermann (brief Bermann) en andere zwaargewichten schrijven brieven en betuigen hun steun. Politiek is er ook een meevaller: de ‘nieuwe’ Franse president Sarkozy blijkt in de zomer tijdens een bezoek aan Mali gezegd te hebben dat Frankrijk geen ‘ongeschoolde Afrikanen’ meer wil toelaten, alleen studenten, ‘elite-emigranten’. Hij wil een 'immigration choisie' en Ibrahime is dus de ‘ideale student kandidaat’ volgens Sarkozy’s eigen maatstaven.

De decaan van Limoges, Helene Pauliat, weet niet wat haar overkomt: haar kantoor wordt overstelpt door interview aanvragen van de pers - inmiddels ook van de Franse tv. Madame Pauliat heeft nog nooit zoiets meegemaakt , het overvalt haar en ze sluit haar mobiele telefoon af - ze is enigszins ontdaan, want zoveel persaandacht had ze in het geheel niet verwacht.

Ondertussen heeft Mohammed dezelfde visumaanvraag procedure in Conakry doorstaan: ook hij is zonder uitleg geweigerd. Hij is wanhopig en Ibrahime raakt door hem weer in een dip. Eigenlijk moet het kabinet van Kouchner nu ook ingelicht worden over Mohammed, maar Ingeborg vreest dat Ibrahime dan in gevaar komt - twee geweigerde visa behandelen is ingewikkelder dan één - en ze stelt het uit.

De Franse minister Kouchner houdt zich aan zijn woord: hij geeft zijn staf persoonlijk opdracht om achter het dossier van Ibrahime aan te gaan. Na gedegen onderzoek - Madame Pauliat verklaart nogmaals dat Ibrahime door Limoges als één van de meest veelbelovende studenten is geselecteerd - is het kabinet van Kouchner ervan overtuigd dat Ibrahime wel degelijk een visum verdient. Na veel gedoe wordt bovendien eindelijk duidelijk welk mysterieus argument het consulaat in Conakry hanteert om het visum te weigeren: Ibrahime zou ‘veel te laat ‘ (op zijn 22e, wat niet klopt, hij was nog net 19) zijn eindexamen hebben gehaald, omdat hij nu al 27 is, zou hij sowieso te oud zijn om nog in Frankrijk te studeren. Dat de universiteit van Limoges daar geen enkel probleem in ziet, dat veel Afrikaanse studenten pas ná hun 27e of zelfs 30e in het buitenland met een studie kunnen beginnen omdat de lokale scholen en universiteiten door oorlogen en politieke instabiliteit jaren niet functioneren , dat blijkt allemaal niet in de ´beoordeling´ meegewogen te zijn. Er is eveneens totaal niet gekeken naar het feit dat Ibrahime door een fonds met 450 sponsors wordt gesteund en dat Ingeborg zich persoonlijk voor hem garant heeft gesteld: het fysieke dossier van Ibrahime blijkt akelig leeg te zijn, alle papieren die ooit na zo veel moeite aan het consulaat zijn overhandigd, ontbreken. Er is alleen één bijna leeg A-4tje met de kale mededeling dat Ibrahime niet voor een visum in aanmerking komt. Punt. Ibrahime en Mohammed zijn geschokt. Ze begrijpen dat ze nooit serieus zijn genomen, dat al die eisen van het Franse consulaat nergens op sloegen, nergens toe dienden, dat ze ‘ bidon’ waren: een leugen. Hun waardering voor de westerse democratie, waar ze zó tegen op keken, krijgt een genadeloze dreun.

Ibrahime merkt aan de telefoon op wanneer Ingeborg hem vraagt hoe hij zich nu voelt: "Mijn hart is leeg, net zo leeg als mijn dossier.”

EINDELIJK: EEN VISUM

Wat nu? De dagen, weken slepen zich voort. Het ‘Ibrahime-team’ (journalisten, vrienden, medestanders) in Amsterdam en Parijs kan niet constant bellen met het ministerie van Kouchner. De Franse universiteiten zijn al begonnen, Ibrahime heeft nog steeds zijn ‘heilige stempels’ niet en dat Mohammed hetzelfde drama ondergaat weet het ministerie in Parijs nog niet eens. Kostbare tijd gaat verloren, maar er kan geen ticket besteld worden, geen plan gesmeed, totdat er een daadwerkelijk visum is.

Opeens krijgt Ibrahime een telefoontje op zijn mobiel van de Franse ambassade. Zijn hart huppelt, niemand van wie een visum is geweigerd krijgt ooit een persoonlijk telefoontje, dus dit moet iets bijzonders zijn. Er wordt hem niets verteld: hij moet zich alleen dan en dan bij de ambassade melden.

Het wachten is nu moordend. Niemand durft meer te geloven dat het nu probleemloos verder zal gaan, want iedere keer als er licht aan het einde van de tunnel scheen, doemde er weer een mega obstakel op. Iedereen is on hold. Direct na zijn bezoek aan de Franse ambassade belt Ibrahime, hij kan bijna niet ademen van opwinding en brabbelt onverstaanbaar, maar het is alsof hij zingt. Met veel moeite begrijpt Ingeborg dat de grote ijzeren hekken die ochtend meteen voor hem zijn geopend - “voor mij alleen, alleen voor mij!” - en hij mocht mee naar de kamer van de secretaresse van de ambassadeur , die hij, net als de consul, niet te zien krijgt. Hij krijgt koffie en de secretaresse vraagt hem luchtig voor wanneer hij een visum wil. Verbijsterd stamelt hij: donderdag 11 oktober. Want dan heeft hij nog een kans om met het vliegtuig van die zaterdag naar Parijs af te reizen.

"Komt in orde” , zegt de dame vriendelijk. Dan staat hij weer buiten.

Hij kijkt naar de zon, de straat, de meute schreeuwende visumaanvragers, de soldaten - het is of hij ze niet ziet, alsof hij daar in een parallel universum ‘naast’ staat.

Bent U ook gegrepen door dit verhaal?

Wilt u iets doen of geven?

Laat het ons alstublieft weten: .

 

DE REIS

Getraumatiseerd als hij is door alle tegenslagen, durft Ibrahime nog steeds geen ticket te kopen voordat hij het visum echt in handen heeft. NIMBA heeft ondertussen al geld gestuurd: voor ticket, een koffertje en een paar schoenen, want die had Ibrahime niet meer. Hij krijgt de opdracht vooral geen kleren te kopen, dat komt allemaal wel als hij eenmaal in Parijs is. De Guinese pers is intussen ook wakker geworden. Ibrahime wordt door lokale kranten en radio’s uitgebreid geïnterviewd, hij is hard op weg een ‘kleine nationale held’ te worden.

Ibrahime krijgt zijn visum op donderdagmiddag. Hij kan er eerst alleen maar naar kijken, er over aaien, de felbegeerde stempels kussen.

Op zaterdag 13 oktober stapt Ibrahime in een vliegtuig van Air France naar Parijs. Er zijn meer dan 20 mensen naar het vliegveld gekomen om hem uit te zwaaien: familie, medestudenten, vrienden en zijn vriendinnetje , een hoogleraar van zijn universiteit en journalisten. Er wordt gespeecht en er worden eindeloze goede wensen uitgesproken. Ibrahime wordt gezien als een voorbeeld, een nationaal rolmodel, het bewijs dat sommige dromen uit kunnen komen, als je maar doorzet en de nodige steun krijgt.

Ibrahimes ‘ uitzwaaiers’ drukken hem op het hart om niet te falen: hij mag niet mislukken, want dat zou een mislukking voor heel Guinee zijn. Ibrahime is zich zeer bewust van zijn zware taak. Hij was het niet, maar nu wordt hij toch een beetje nerveus. Met een bezwaard hart stapt hij aan boord.

De hele reis denkt hij aan Yaguine en Fodé die bijna precies 8 jaar geleden met het zelfde doel in een vliegtuig zaten, onder zijn voeten, tussen de monsterlijk grote landingswielen, terwijl ze langzaam doodvroren en stikten. Hij weet niet hoelang zoiets duurt, sterven in een landingsgestel. Ergens boven de oceaan beslist hij dat ze nu zo ongeveer wel dood zouden moeten zijn geweest. Hij gaat naar de wc en huilt, om de twee dode tieners, om zijn familie die hij zo verschrikkelijk zal missen, om de zware last die hij draagt, om zijn 'answered prayers' . (Zoals Truman Capote ooit zei: more tears are shed over answered prayers than over unanswered ones …)

DE AANKOMST

Ingeborg en Flip nemen de trein naar Parijs en op zondagochtend 14 oktober om 7 uur staan ze op Charles de Gaulle, samen met een aantal journalisten en fotografen. Het vliegtuig is geland, maar bij een andere gate dan staat aangekondigd. De verwarring is groot, het duurt lang voor de goede uitgang is gevonden. De journalisten en fotografen worden onrustig. Zijn ze te laat? Is Ibrahime al door de zoevende schuifdeuren gelopen en wandelt hij nu ergens bij de taxi’s rond, verloren op het gigantische vliegveld? Uit de elektrische deuren komen steeds meer zwarte mannen , maar niemand lijkt op Ibrahime of lijkt naar Ingeborg te zoeken. Flip en Ingeborg raken in paniek: wat als ze hem gemist hebben? Zijn Guinese mobieltje doet het niet in Parijs, hoe komen ze in contact? Ingeborg slaat zich voor haar kop dat ze geen ‘plan B’ heeft afgesproken met Ibrahime voor het geval ze elkaar zouden missen en blijft uitkijken naar een schichtige, verlegen jongen met een verzenuwde en nerveuze uitstraling - althans ze denkt dat Ibrahime die wel zal hebben, zeker nu ze elkaar niet weten te vinden. Het was 10 mei 2000 toen ze Ibrahime voor het laatst zag: hij zat op de grond in haar hotelkamer in Conakry en keek stilletjes toe hoe ze haar grote koffer inpakte . Het draaien van de film was voorbij en de ploeg zou die middag vertrekken. Hij had cadeautjes voor haar meegenomen, felgekleurde Afrikaanse lappen stof van zijn moeder. Hij vouwde ze voor haar op en stopte ze bij haar kleren. Met een piepstemmetje zegt hij; " Ik wou dat ik in je koffer kon kruipen en met je mee kon.”

Ibrahime wil in de koffer

Ze hadden toen beiden geen idee dat het 8 jaar zou duren voordat ze elkaar weer zouden zien.

Ibrahime was toen klein van postuur, een ‘schattige tiener’ met een breekbare blik in zijn ogen. Ingeborg denkt dat hij intussen enorm gegroeid zal zijn - op een recente foto die hij over de mail heeft gestuurd ziet hij er uit als een grote man - dus let ze op grote kerels, grote mannen die in paniek lijken te zijn.

Opeens slentert en kleine, coole, super rustige, zelfverzekerde jongen met een minuscuul sleepkoffertje naar haar toe. Hij glimlacht. Die lach kent ze uit duizenden: het is Ibrahime. Hij is helemaal niet gegroeid, hij is nog steeds ‘de kleine Ibrahime’. Geen spoor van paniek. Als ze hem omhelst voelt ze wel dat hij gespierder is geworden - en een baard heeft.

PARIJS EN DE PERS

Ibrahime weet dat hij direct de pers te woord zou moeten staan en hij heeft zich goed voorbereid. Hij refereert eindeloos aan Yaguine en Fodé en benadrukt het feit dat híj weliswaar het geluk heeft dat hij een Frans visum heeft gekregen, maar dat hij een uitzondering is, dat duizenden Afrikaanse studenten die kans niet krijgen, dat Franse consulaten serieuze en ambitieuze kandidaten zand in de ogen strooien, onmogelijke eisen opleggen en om de tuin leiden. Hij stelt dat westerse democratieën op deze schandelijke wijze studenten in Afrika hoop geven, maar ze eigenlijk bedriegen en belazeren en dat het westen dan niet raar moet staan te kijken als die jongeren en hun families zich tegen hen keren.

Hij doet het geweldig, hij praat zacht, formuleert goed en is ongelooflijk innemend. Ibrahime is nog maar een half uur op Franse bodem en hij maakt meteen op iedereen een diepe indruk.

aankomst Ibrahime in Parijs

© Ilse Frech

PARIS SHOPPING

Als Flip het koffertje van Ibrahime in de auto tilt, vliegt het ding de lucht in: het is helemaal leeg. Op een paars geborduurd laken van de vrouwen in de familie Diallo en een vreemd houten zelf gefabriceerd Guinees muziek instrumentje na - de cadeautjes die Ibrahime voor Ingeborg en Flip heeft meegenomen. Ibrahime heeft verder niets, behalve wat hij op zijn lijf draagt: een bloes, een broek en schoenen - geen sokken.

Ibrahime houdt zich groot, maar hij is doodmoe en vernikkelt van de kou. Ingeborg heeft een supergoedkoop hotelletje in Pigalle gevonden (29 euro per nacht!), dicht bij het appartement van vrienden waar Ingeborg en Flip bivakkeren. Ibrahime moet eerst slapen, dan een paar interviews geven en daarna shoppen met wat geld dat Ingeborg alvast van NIMBA heeft meegekregen.

Ingeborg en Flip slepen Ibrahime aan het eind van de middag mee naar een paar grote warenhuizen aan de boulevard de Clichy. Hij is dolgelukkig, want hij krijgt een gloednieuwe garderobe, zomer en winterkleren, zodat hij een tijdje vooruit kan. Als Ingeborg even in zijn paskamer kijkt om een broek te keuren, bedekt Ibrahime zich haastig. Hij is nogal gegeneerd, want hij draagt geen onderbroek. Als Ingeborg doorvraagt blijkt dat hij er geen heeft, maar dat niet durfde te zeggen. Ingeborg drukt hem op zijn hart voortaan dat soort dingen wel te zeggen en gooit tien boxershorts op zijn stapel voor de kassa.

Als ze ‘s avonds gaan eten in een restaurant, zakt Ibrahime een beetje onder de tafel van moeheid. Hij merkt op dat hij thuis in Guinee nooit aan een tafel eet, met stoelen en bestek, dat de eerste en laatste keer 8 jaar geleden was, toen Ingeborg hem tijdens het draaien van de film in haar hotel voor een lunch had uitgenodigd. Ibrahime heeft moeite met de menu kaart, ook al staat alles in het Frans vermeld ‘Vermoeidheid’, meent Ingeborg en ze denkt er verder niets van.

VERTREK MET DE TREIN NAAR LIMOGES

Het zou leuk zijn om nog een dag van Ibrahime in Parijs te genieten, maar er is geen seconde te verliezen. Hij is al zo veel te laat vanwege het visumdrama, dat hij echt zo snel mogelijk naar de universiteit in Limoges moet vertrekken. De volgende dag dinsdag 16 oktober om 9 uur, moet hij met de trein naar Limoges.

Ingeborg en Flip kunnen niet mee, want ze moeten thuis echt weer aan het werk. Ingeborg maakte zich eerst zorgen: hoe is het voor een Afrikaanse jonge man om helemaal alleen in een studentenstad aan te komen? Hoe moet hij het allemaal aanpakken? Waar moet hij beginnen? Hoe vindt hij zonder hulp een kamer - de campus zit natuurlijk allang vol, omdat hij daar niet op tijd kon zijn. Via de decaan heeft Ingeborg het telefoonnummer van een ontzettend lieve Française gekregen, Madame Sylviane Dutray. Deze vrouw heeft een kleine hulporganisatie opgericht. Ze ontvangt en begeleidt al jaren eenzame Afrikaanse studenten. Ingeborg heeft al een week telefonisch contact met haar gehad en de afspraak is dat zij en haar man Ibrahime in Limoges van het station zullen ophalen. Hij mag de eerste nachten bij hen slapen en ze zal samen met hem naar een kamer zoeken. Ze weet ook waar hij zich precies bij de universiteit moet melden, in welke gebouwen welke afdelingen zitten en hoe hij asap een studentenkaart kan bemachtigen.

DRAMA OP HET STATION

Ingeborg en Flip brengen Ibrahime weg naar Gare d’Austerlitz , waar alle treinen naar de Franse provincies vertrekken. Het is een koude , heiige dag met een waterig zonnetje. Het station is nog niet gerestaureerd - zoals het Gare du Nord waar alle internationale treinen staan. De architectuur van ijzeren bogen , de oude lantaarns, de vogelnesten in de glazen dakkoepel: je waant je er in de 19e eeuw en Ibrahime is zwaar onder de indruk van al die prachtige (vergane) glorie. Ingeborg en Flip hadden een klein video cameraatje meegenomen om de aankomst op het vliegveld te filmen en willen nu ook het vertrek met de trein op camera vastleggen. Omdat er die ochtend in een paar Franse kranten artikelen over hem staan, stelt Ingeborg voor dat hij in een kiosk op het station een Libération koopt en hardop het stuk over zichzelf voorleest. Ibrahime heeft er tot haar verbazing niet zo’n zin in. Maar Ingeborg dramt door en ietwat houterig koopt hij een krant die hij zonder er in te kijken in zijn tas stopt. Met de camera in haar hand ‘regisseert’ ze dat hij in de krant moet zoeken naar ‘zijn’ artikel en ’t moet voorlezen. Zuchtend haalt hij de krant weer tevoorschijn. Hij brengt de krant heel dicht bij zijn gezicht en vindt met grote moeite de kop van zijn artikel. Alleen die leest hij voor. Dan frommelt hij de krant weer weg. Ingeborg verstijft, ze voelt dat er iets heel vreemds aan de hand is. Ze insisteert dat hij het verhaal in de kleine lettertjes ook voorleest. Ibrahime lijkt als versteend. Opeens biggelt er een grote traan over zijn rechterwang. Ingeborg is in paniek: kan Ibrahime niet lezen? Is alles één grote fake? Heeft ze een analfabete student naar Europa gehaald? Zijn zijn E-mails al die tijd door iemand anders geschreven? Nee, hij las wel de kop voor. Dus wat is er in godsnaam aan de hand?

Ibrahime rent weg, hij slaat bij een apotheek op het station een hoek om en verdwijnt uit het zicht. Ingeborg rent achter hem aan. Ze vindt hem ergens tegen een muur, zijn gezicht in een hoek, zijn rug naar haar toe. Hij huilt. Ingeborg neemt hem in haar armen en schokschouderend komt hele verhaal er uit: vanaf zijn 21e is zijn gezichtsvermogen opeens heel erg achteruit gegaan. Nu heeft hij zeer slechte ogen en geen goede bril. In Guinee was er geen oogspecialist, een huisarts gaf hem verkeerde medicijnen die niets hielpen en waar hij alleen maar koppijn van kreeg. En hij heeft het al die jaren niet aangedurfd om het Ingeborg of Flip te vertellen.

Beschaamd mompelt hij: "Ik dacht dat als jullie zouden weten dat ik niet volmaakt ben, dat ik een handicap heb, dat jullie me dan niet meer zouden willen. Wie wil er nou een slecht ziende student naar Europa halen? Ik was bang dat jullie iemand anders zouden uitzoeken, iemand met goede ogen. Dus heb ik het geheim gehouden. Ik ben al die tijd zó bang geweest dat jullie het zouden ontdekken, het was mijn allergrootste angst, mijn nachtmerrie. En nu is het gebeurd.”

Ingeborg begrijpt niet hoe hij kon studeren, maar hij legt uit dat hij alle boeken fotokopieerde met een groter lettertype en dat hij ook extreem grote letters gebruikt om zijn mails te schrijven, die hij dan als ze af waren, weer verkleinde, zodat niemand het merkte. Ingeborg troost hem en verzoekt hem dringend om nooit meer iets geheim te houden. Ze vraagt of dit het enige is: als er nog meer geheimen zijn, is dit het moment om ze te vertellen. Lachend veegt hij z’n tranen weg. Nee, dit is echt het enige, ‘snik-lacht’ hij. In de apotheek wordt er een bril gekocht: plus 4. Het is een grote, modieuze mannenbril met een dik grijs montuur. Het is geen gezicht, maar dat doet er niet toe.

Met een lunchpakketje, een fles water en een volle koffer stapt Ibrahime in de trein. Ingeborg had geprobeerd om gratis van iemand een laptop voor hem te regelen, maar dat was niet gelukt - het was in Nederland ook een heel gedoe omdat hij een Frans toetsenbord moest hebben, ‘azerty’ en niet ‘qwerty’. Dus moet hij in Limoges snel zelf iets kopen, liefst tweede hands.

Ingeborg gaat even mee naar zijn zitplaats. Als ze hem omhelst zegt ze dat hij een grote verantwoordelijkheid draagt, maar dat hij die niet als verpletterend moet ervaren, dat hij ook fouten mag maken - bijvoorbeeld een tentamen niet halen - maar dat hij daar eerlijk over moet zijn. Hij knikt en zegt dat hij zich in geen jaren zo opgelucht en blij heeft gevoeld en dat hij nooit meer iets zal verzwijgen. Vlak voor de trein begint te rijden roept Ingeborg: " En je moet ook af en toe feesten, lol maken, dansen en drinken, net zoals alle andere studenten. Tu vas voir que la vie est belle

Dan rijdt de trein weg, de zon in, Ibrahime’s toekomst tegemoet.

AANKOMST IN LIMOGES

Die avond belt Ibrahime uitgelaten op. Er stond een hele menigte op hem te wachten in Limoges: televisieploegen, journalisten van schrijvende pers en van de radio, studenten, de directeur van de universiteit en monsieur et madame Dutray. Hij is als een held binnengehaald en die avond landelijk op TV3. Hij mocht meteen bij twee andere studenten in een huis slapen, waar hij een eigen kamer krijgt tot hij zelf iets heeft gevonden. Hij heeft beddengoed, handdoeken en eetgerei gekregen, hij voelt zich welkom en is vol goede moed om de volgende dag te beginnen met de universiteitsbureaucratie.

Het blijkt moeilijk te zijn om een studentenpas te krijgen: iets met zijn paspoort die eerst naar de prefectuur moet. Zolang hij geen pas heeft, kan hij geen verzekering sluiten en zolang hij geen verzekering heeft, kan hij geen afspraak met een oogspecialist maken. Catch 22….Als je geen pas hebt, mag je ook geen colleges volgen, maar voor hem wordt een uitzondering gemaakt. En er worden bijlessen voor hem geregeld, zodat hij de gemiste lessen in kan halen. Een kamer vinden is zo laat in het studiejaar ontzettend moeilijk, maar hij wordt enorm door het echtpaar Dutray geholpen. Vrolijk ondergaat hij al zijn tegenslagen. Niks kan hem uit zijn humeur brengen. Hij mist zijn familie in Guinee wel heel erg - en zijn vriendinnetje - maar hij belt ze af en toe. Na een week zegt hij als hij Ingeborg ophangt: " Ik geloof dat ik voor het eerst van mijn leven gelukkig ben. Je had gelijk: la vie ést belle

NU MOHAMED NOG….

Direct na terugkeer uit Parijs, wordt Ingeborg onder druk gezet om nu ook - via het kabinet van Kouchner - een visum te regelen voor Mohamed, die diep bedroeft is achter gebleven en steeds nerveuzer wordt, want zijn universiteit in Chambéry is ook allang begonnen. Nu Ibrahime veilig en wel in Limoges zit, durft ze eindelijk te bellen met haar contactpersoon. Die is 'not amused'. Waarom had ze Mohamed niet eerder genoemd? Dan had hij het meteen kunnen regelen. Nu moet alles weer opnieuw. Ingeborg put zich uit in excuses en hij belooft dat hij het nog een keer zal proberen, maar hij garandeert niets.

Mohamed Camara in Grenoble

Ibrahime heeft intussen een kamer gevonden en een computer gekocht. Hij vindt zijn studie behoorlijk moeilijk, maar blokt stug door. Het is wel even wennen aan het Franse ‘systeem’ verzucht hij.

Mohamed Camara en Marijke Clabbers in Grenoble

Om een lang verhaal kort te maken: het lukt om ook een visum voor Mohamed te bemachtigen. Hij komt op 2 december 2007 in Parijs aan. Dit keer gaan de dames van NIMBA naar Parijs. Ze steunen hem persoonlijk met 4500 euro, want dat moest hij als borg in Chambéry betalen.

Omdat Ibrahime veel startkosten had is er niet genoeg geld meer in het NIMBA-fonds. Ook Mohammed reist af naar zijn universiteit en ook hij wordt op een geweldige manier ter plekke opgevangen. Hij hoeft alleen geen pers te woord te staan. Het ‘verhaal’ lag bij Ibrahime, dat er nu een tweede student bij is gekomen waardoor Yaguine en Fodé nu alle twee een ‘ambassadeur’ hebben, vindt niemand de moeite van het vermelden waard.

EEN HEEL JAAR GAAT VOORBIJ

De beide jonge mannen studeren hard en soms wordt er lange tijd niet gebeld. In november en december 2007 moet Ingeborg vier weken voor een IKON-documentaire in Rwanda filmen.

project in Rwanda

Als Flip haar weg brengt naar Schiphol zegt hij: " Maak een mooie film, maar adopteer alsjeblieft niet nog een Afrikaan, nóg een Ibrahime erbij kunnen we niet aan.”

Het is sinds Guinee voor het eerst dat ze weer in Afrika filmt en ze is weer diep onder de indruk van de ellende die ze voor haar camera registreert. En ja hoor, ze kan het niet laten: de ploeg en zij ‘adopteren’ weer iemand en ook Flip betaalt later mee. Dit keer gaat het om twee personen:

Beatrice, een Rwandese maatschappelijk werkster - zelf genocide slachtoffer - die geweldig verzoeningswerk doet met ‘kind-genocide-plegers’ en de moeders van hun slachtoffertjes, die door haar medewerking aan de IKON film werd ontslagen en daardoor opeens zonder inkomen met drie kinderen zat. Én ze steunen Shyaka, een 13-jarige jongen, geboren uit een verkrachting tijdens de genocide met een moeder die hem mishandelt, het hoofdrolspelertje in Ingeborgs film. Alleen, deze actie is niet aan NIMBA verbonden en deze keer steunen de vier sponsors Beatrice en Shyaka ‘ter plekke’, niet met de bedoeling om ze ooit naar Europa te halen….

Ingeborg is net voor de kerstdagen terug uit Kigali. Met de kerst laten Ingeborg en Flip Ibrahime op hun eigen kosten naar Amsterdam overkomen. Hij wil alles horen over ‘het land van zijn voorvaderen’ zoals hij Rwanda noemt. Ze praten tot diep in de nacht. De horror verhalen uit Rwanda sterken hem in het idee dat hij zich in internationaal recht wil specialiseren. Hij slaapt in de kamer van Ingeborgs dochter, wordt door haar kinderen mee op sleeptouw genomen, gaat mee naar kerstdiners en ziet voor het eerst vuurwerk tijdens oud en nieuw in Adam.

Ibrahime en Ingeborg, Kerstmis Amsterdam

Het idee dat Nederland ieder jaar miljoenen uitgeeft aan licht en kabaal dat in de hemel ‘oplost, vindt hij bespottelijk. Na 31 december moet hij meteen terug, want in januari heeft hij zijn eerste tentamens.

De winter en lente van 2008 gaan voorbij zonder opzienbarende gebeurtenissen. De jongens moeten zo verschrikkelijk hard werken dat ze nauwelijks tijd hebben voor wat dan ook. Ze hebben het extra moeilijk, want ze zijn beiden geaccepteerd voor een Masters 1 en niet voor een Bachelor 1, hetgeen gebruikelijk is als je een Guinees diploma hebt. Ze mochten dus ‘hoger’ instappen dan hun andere landgenoten, maar het missen van de bachelor studie jaren is pijnlijk voelbaar.

In juli 2008 zijn de eindresultaten van dat jaar bekend:

  • Ibrahime moest in 18 vakken tentamen doen en hij haalt er 11. Hij moet zeven tentamens over doen.
  • Mohamed haalt van de 12 vakken 7 tentamens, en moet dus 5 vakken inhalen.

Mohamed Camara en andere studenten in Chambéry

Na onderhandelen met de universiteiten wordt besloten dat ze het eerste jaar niet helemaal over hoeven te doen, alleen de vakken waar ze geen voldoende voor hadden plus drie erbij. Als ze dat in juli 2009 halen, mogen ze door naar Masters 2. Ibrahime en Mohammed krijgen van hun decanen voor de zoveelste keer een uitzonderingsbehandeling, omdat ze het ondanks hun begrijpelijke achterstand zo ontzettend goed doen.

Ibrahime wil heel graag in de zomervakantie naar huis, naar zijn familie en zijn geliefde Nana. Maar Ingeborg beslist streng dat daar niets van in komt: er is geen geld voor snoepreisjes en hij moet eerst al zijn tentamens halen.

HERFST 2008: NIJPEND GELDGEBREK

De beide jongens besteden de zomer aan hun studie en andere activiteiten. Ibrahime wordt voorzitter van de Guinese studentenvereniging in Limoges en begint reisjes door heel Frankrijk te maken. Hij bezoekt conferenties en congressen, maakt contact met studenten in andere steden en geniet van zijn nieuwe leven. Mohammed studeert en werkt in een restaurant en als bewaker.

Mohamed Camara

Het is bijna september 2008 en er is helemaal geen geld meer voor de beide jongens. Veel van de 450 sponsors die in juli, augustus en september 2007 spontaan op Flips ‘bedelbrief’ reageerden, hebben inmiddels laten weten dat ze bereid zijn om Ibrahime gedurende zijn hele studie te steunen. Flip kan altijd weer een beroep op hen doen, schreven ze.

Het is hoog tijd voor een 2e bedelbrief, om nieuw geld voor het studie jaar 2008-2009 in te zamelen. Maar Ingeborg en Flip hebben een time management probleem: Flip schrijft een boek en Ingeborg zit midden in de ingewikkelde montage van haar tweede IKON documentaire serie Geloof Seks & (Wan)hoop. Bovendien komt er onverwacht een einde aan hun 14 jarige relatie en belanden ze midden in een scheiding. Het is emotioneel en professioneel een heftige periode: er komt niets van de broodnodige 2e bedelbrief.

NIMBA en Flip zetten Ingeborg onder zware druk, maar ze kan het simpelweg niet opbrengen, ze blijft het voor zich uit schuiven - alle adressen opzoeken, deze tekst voor de NIMBA site schrijven, nieuwe contacten erbij voegen, het is dagen werk weet ze inmiddels.

Heel veel sponsors willen nu ook wel eens weten hoe het nou eigenlijk gaat met Ibrahime. Dat Mohamed inmiddels eveneens onderdeel van het Yaguine & Fodé Study Project is, weet officieel ook nog niemand. Ingeborg en Flip hebben de sponsors ooit beloofd dat alles over het wel en wee van Ibrahime op de NIMBA site te volgen zou zijn. Maar beiden hebben geen tijd voor het opschrijven van deze lange tekst, het terughalen van alle details en etappes, het checken van de juiste data.

Van een weblog van de beide heren komt ook steeds maar niets: hun studie neemt te veel tijd in beslag. Ingeborg en Flip schamen zich diep, de NIMBA dames zijn wanhopig, maar er wordt niets ondernomen.

In oktober wordt het alleen maar drukker: Flips deadline voor zijn boek hijgt in zijn nek, Ingeborgs serie die in november wordt uitgezonden slurpt al haar aandacht en energie op.

De situatie is onhoudbaar: er MOET geld komen. Ingeborg besluit een deel van haar erfenis te gebruiken om het gapende geldgat te dichten en schenkt 9000 euro die ze op de rekening van NIMBA stort.

WINTER 2008-2009

Ibrahime en Mohammed leven heel zuinig en houden zich goed. Ze hebben begrip voor de vertragingen en weten hun ongerustheid goed te verbergen - maar net niet helemaal. Ibrahime heeft 3 maanden moeten wachten op een afspraak met een echte oogspecialist.

"Blijkbaar kunnen heel veel Fransen niet goed zien, anders zouden er toch niet zulke lange wachttijden zijn”, merkt Ibrahime laconiek op. Het is alsof hij zich daardoor beter voelt. Als hij eindelijk de resultaten van het onderzoek krijgt, is hij geen stap verder. Het zou gaan om een macular degeneration, maar hij krijgt geen behandeling. Hij heeft nu een betere bril, zijn ogen zijn ‘stabiel’, ze gaan niet achteruit. Maar het is onduidelijk of hij misschien wel blind aan het worden is. Ingeborg is furieus en drukt hem op het hart om een andere specialist te bezoeken. Die is nog niet gevonden en het zit er dik in dat Ibrahime weer maanden zal moeten wachten op een second opinion.

Als de persaandacht voor de IKON serie eindelijk wat is afgenomen vertrekt Ingeborg doodmoe naar haar huis op het Griekse eiland Hydra. Het is kerst 2008 en er is nog steeds geen 2e bedelbrief, nog steeds geen website tekst, nog steeds geen geld. Het is de bedoeling dat Ingeborg tot juli 2009 op Hydra blijft om haar roman voor Nijgh en van Ditmar af te schrijven.

Ze moet eerst bijkomen en aan haar boek beginnen. Pas in februari 2009, na een stormachtig nieuw jaar en allerlei bizarre logistieke en infrastructurele eilandproblemen, begint Ingeborg dan eindelijk, eindelijk aan deze ellenlange 'up date' tekst voor de site van NIMBA.

EPILOOG: WE HEBBEN JULLIE NODIG

Op 15 maart 2009 toen dit epos klaar kwam, was de situatie: Ibrahime en Mohammed zijn vol goede moed dat ze beiden in juli 2009 al hun tentamens zullen halen. En: totaal geen geld!

Nu, midden december 2009, weten we hoe het met de tweede bedelbrief is gegaan: drie maanden na maart was er € 4.920 binnengekomen: minder dan I&M; voor die drie maanden nodig hadden!

Mohamed haalde zijn Masters I in de zomer, maar moest voor een plaats in het Masters II-programma met 150 anderen solliciteren naar 30 plaatsen. Om zijn kansen te vergroten solliciteerde hij ook naar andere universiteiten en werd aangenomen bij de universiteit van Nice. Ibrahime haalde zijn Masters I na enkele hertentamens en werd in Limoge toegelaten tot Masters II. Beiden hebben een grote achterstand en moeten kei- en keihard werken voor elk tentamen. Niet alleen was hun vooropleiding gebrekkig, ook in hun algemene ontwikkeling zitten grote gaten die ze tussendoor met kunst- en vliegwerk moeten zien op te vullen. Ze studeren elke avond en in tentamentijd ook alle weekeinden. Behalve in de grote vakanties – als ze dan geen hertentamens hebben - is een bijbaantje onmogelijk (toch al moeilijk als je een Afrikaan in Frankrijk bent en het crisis is).

Wat het geld betreft waren Ingeborg en Flip in juni dus terug bij AF. Maar niet helemaal, want twee vrouwen, de organisatieadviseurs Marret Kramer en Margriet Verweij waren zozeer door dit relaas gegrepen dat ze aanboden met Ingeborg, Flip en Marijke een Projectgroep te formeren die naar structurele financiering zou gaan zoeken. Echter: een projectplan opstellen, mogelijkheden onderzoeken, steun van anderen organiseren, aanvragen doen en wachten op antwoord kost tijd. Geld bleef zodoende een erg acuut probleem. Een bemiddelde vriend van Ingeborg bood aan om samen met drie vrienden een half jaar te overbruggen: elk tweeduizend euro. Twee van de drie kwamen hun beloften niet na, zodat deze vriend zelf met een kleine zesduizend euro over de brug kwam. Na een half jaar was ook dat geld op. Maar Ibrahime en Mohamed terugsturen naar een land waar een nieuwe dictator aan de macht was die eind september een bloedbad zou aanrichten onder demonstranten was geen optie. Ingeborg besloot daarom nog eens ruim vijfduizend euro van haar erfenisje te offeren, in de hoop daar ooit nog wat van terug te zien. Resultaat: midden oktober was er nog 95 euro in kas. De projectgroepleden tastten zelf in de buidel en opnieuw werden een paar honderd mensen gemaild met een dringende oproep, maar dat leverde slechts € 2000 op. Met bedelbrieven lukte het niet meer, al zijn er een paar mensen die elke maand samen € 280 opbrengen. Aan een oproep om deel te nemen aan een meedenkgroep die kan helpen structurele financiering te vinden, gaven maar twee mensen gehoor.

Mohamed woont met drie andere Afrikanen in een heel klein appartementje in Nice. Geen geld om een maand huur vooruit te betalen voor een nieuwe kamer. In november ging zijn laptop kapot, zodat hij zijn studie-opdrachten niet meer kon maken. Flip gaf hem de helft van het geld voor een nieuwe.

DE 25 EURO-PER-MAAND-ACTIE Eind november MOEST er voor de zoveelste keer een nieuw plan worden bedacht. Het werd de 25 euro-per-maand-actie: de projectgroepleden zouden in eigen kring samen 60 mensen bereid moeten vinden een jaar lang elke maand 25 euro te storten.

Nu, 20 december, hebben 26 mensen toegezegd. Maar er gebeurde ook twee andere wondertjes. Een van de 25-euro deelnemers is bestuurslid van een stichting die 6.800 geeft, zodat er nu nog elf deelnemers moeten worden gevonden om, met hulp van de vaste gevers, 2010 door te komen. Het andere wondertje is dat het Haarlems Dagblad in het Kerstnummer een interview publiceert met Projectgroep-initiatiefneemster Marret Kramer, die uit Urk komt, de meest vrijgevige gemeente van Nederland. Zelf geeft ze altijd al 10% van haar inkomen weg. Nu hopen we natuurlijk dat de lezers van het Haarlems Dagblad dit verhaal gaan lezen en mee gaan doen met de 25 euroactie en, wie weet andere sponsormogelijkheden aanbrengen of met de meedenkgroep mee willen doen die eind januari voor het eerst bijeenkomt.

WAT IS ER NODIG?

Ibrahime en Mohamed leven van 900 euro per maand. Daarnaast wordt in totaal 100 p/m gespaard voor grotere uitgaven zoals collegegeld, boeken en onvoorzien. Ze moeten van die 900 ALLES doen: levensonderhoud, kleren kopen, huur betalen. Hun zakgeld is € 50 per maand. (Mohameds zakgeld gaat het komende half jaar naar de helft van zijn nieuwe laptop.)

Als de vaste gevers blijven geven en iedereen die 25 per maand beloofd heeft dat ook doet, komen we voor 2010 nog € 3.300 tekort.

Voor de eerste helft van 2011 is € 11.400 nodig.

In september 2011 gaan ze hun stagejaar in en hopen we op een stagevergoeding van 500 pp/pm, zodat nog € 5.400 nodig is. Nodig in totaal: ruim € 20.000.

Vanaf de zomer van 2012 zullen ze zelf geld moeten verdienen om te kunnen solliciteren en een ticket te kopen naar… waar ook ter wereld. Om hun hartewens te kunnen vervullen: hun land en Afrika een beetje verder brengen

LAATSTE NIEUWS: Op 21 december werd een VN-rapport openbaar naar het gruwelijke geweld op 28 september tijdens een ‘festival van protest’ in een stadion van de hoofdstad Conakry. Daarbij werden 156 mensen vermoord en 106 vrouwen verkracht, maar vermoedelijk veel meer. Soldaten drongen het stadion binnen en schoten van dichtbij op de duizenden mensen die zich daar, dansend en biddend, in een soort carnavalsstemming hadden verzameld. Toen hun kogels op waren vielen ze ongewapende burgers aan met dolken, bajonetten, knotsen en zelfs katapults. De wreedheden waren dermate extreem en grootschalig dat sprake is van ‘misdaden tegen de menselijkheid’ en de militaire dictator van Guinee en een aantal van zijn adjudanten door het Internationale Strafhof in Den Haag moet worden vervolgd, zegt de onderzoekscommissie. (Zie: New York Times) Ibrahime en Mohamed kunnen niet terug naar Guinee en maken zich grote zorgen over hun vrienden en familieleden, onder wie gelukkig geen slachtoffers zijn gevallen.

22 december 2009

Ingeborg Beugel en Flip Schrameijer

Bent U ook gegrepen door dit verhaal?

Wilt u iets doen of geven?

Laat het ons alstublieft weten: .