Project update
Project bijlagen
 Bedelbrief maart 2009
 Mailwisseling met Franse consul
 Brief decaan Pauliat aan consul
 Brief Ibrahime aan consul
 Negatief antwoord Franse consul
 Uit de Volkskrant 17 sept 2007
 Uit Het Parool 17 sept 2007
 Quotes Kouchner
 original Project letter maart 2007
 Bedelbrief Flip Schrameijer juli 2007
Diallo Ibrahima
Mohamed Lamine Camara
het logo van nimba

Uit Het Parool, 17 september

MARK MOORMAN

AMSTERDAM – Programmamaakster en journaliste Ingeborg Beugel heeft zich het lot van een jonge Afrikaan uit Guinee, Conakry aangetrokken. Hij droomt van een studie rechten in Europa. Op de finishlijn zit de Franse consul dwars. Maar Beugel laat zich niet uit het veld slaan.

Ingeborg Beugel heeft van haar woning aan het Olympiaplein een commandocentrum gemaakt. Vanuit Amsterdam probeert ze een Franse consul in Afrika zover te krijgen, dat hij een visum verleent aan Ibrahime Diallo, een jonge (24) student met ambities, die in in Frankrijk wil studeren. Ze moet hierdoor de haast onneembaare veste van de Franse diplomatie bestormen, maar laat zich niet afschrikken. Ze probeert Franse en Nederlandse pers voor het verhaal te interesseren, boort haar contacten in de diplomatie aan en organiseert een email en fax-bombardement. Ze is te ver gekomen met Ibrahime, een jongen wiens lot ze aan het hare verbonden heeft.

Het verhaal begint op maandag 2 augustus 1999 als in het landingsgestel van een Airbus van Sabena op het vliegveld van Brussel een afschuwelijke ontdekking gedaan. Verborgen in de buik van het vliegtuig worden de lichamen van twee Afrikaanse jongen gevonden, die dagen eerder als verstekeling aan boord zijn gegaan, maar al snel doodvroren toen het vliegtuig kruishoogte had bereikt.

Inmiddels zijn de lijken al weer een paar keer heen en weer gevlogen tussen Guinee en Europa. Ze hebben papieren bij zich, verpakt in plastic. Het zijn de veertienjarige Yaguine Koïta en de vijftienjarige Fodé Tounkara, die op weg naar een beter leven waren. Naast hun identiteitspapieren hebben ze een brief bij zich die op 21 juli in Conakry, hoofdstad van Guinee, is opgesteld.

Het is deze brief, gericht aan ‘de verantwoordelijken van Europa’, die de aandacht van de wereldpers trekt: “Het is op uw solidariteit en zachtaardigheid waarop wij in Afrika een beroep doen. Help ons, wij lijden enorm in Afrika.”

Een jaar na dato gaat KRO’s Netwerk op zoek naar het levensverhaal van Yaguine en Fode. Het zou leiden tot de film Dear Europe, vertoond op het Idfa en uitgezonden als een dubbele aflevering van Netwerk. Op het spoor van deze twee Afrikaanse jongens ontmoeten programmamakers Cees Overgaauw en Ingeborg Beugel, de toen achttienjarige Ibrahime Diallo.

In de film zal hij de ‘rol’ van de jongens spelen en tegelijk symbool staan voor het verborgen talent in Afrika.

Ingeborg Beugel en de crew worden ‘verliefd’ op deze jongen, zoals ze het zelf omschrijft. Hij werkt met tomeloze ambitie aan een beter leven, en dat in een familieclan van een kleine vijftig personen. En nog voordat de KRO-ploeg weer naar Europa vertrekt besluiten ze Diallo te helpen. Want hij kan misschien in werkelijkheid de droom verwezenlijken die voor Yaguine en Fodé buiten bereik lag.

Er wordt in Nederland een stichting opgericht die gaat zorgen voor de financiering van de opleiding van Diallo. Beugel maakt strenge afspraken met hem: hij moet resultaten laten zien en het geld mag niet verdwijnen richting zijn familie. Zeven jaar lang gaat het voorspoedig en wordt hij aangenomen op een rechtenfaculteit in Limoges. Alleen een jurist die in het buitenland heeft gestudeerd, zegt Beugel, heeft kans om in Guinee door de corrupte politieke elite heen te breken en echt iets te betekenen voor het land.

Een paar dagen voordat hij in Frankrijk zijn opwachting maakt wordt hem het visum geweigerd door de nieuwe consul Jean Claude Rubio, een ‘pitbul van Sarkozy’, zoals Beugel hem omschrijft. Rondom het Frans consulaat, dat dagelijks bestormd wordt door honderden Afrikanen die willen vertrekken, zwerven allrlei schimmige types rond, die beweren dat voor een bepaald bedrag ‘alles’ gerege;ld kan worden. Maar Beugel wil de officiële weg bewandelen. “We hebben tot nu toe alles legaal gedaan en ik wil dat hij officiële bona fide papieren krijgt,” zegt ze.

“Anders heb ik het gevoel dat alles toch weer voor niets was. En Ibrahime voldoet ruimschoots aan alle eisen.”

Het consulaat hoeft zijn beslissingen niet te verantwoorden en de consul houdt zich onbereikbaar, dus Beugel heeft het hogerop gezocht.

Vandaag is er een ontmoeting tussen de Nederlandse en de Franse minister van buitenlandse zaken. Zou het niet mooi zijn als in het kielzog van dit gesprek ook het geval Diallo ter sprake kon komen? Er is afgelopen weekend een telefonade georganiseerd naar het ministerie van buitenlandse zaken om de agenda van de bespreking te beïnvloeden..

Er is een brief van D’66ers Bert Bakker en Hans van Mierlo naar de Nederlandse ambassade in Parijs gestuurd. en ook de decaan van de universiteit van Limoges heeft de zaak van Ibrahime Diallo de hare gemaakt.

Halverwege het gesprek belt Ibrahime Diallo uit Conakry – met de mobiele telefoon die Ingeborg Beugel hem gegeven heeft. “Een paspoort, zonder visum? Wat hebben we daar aan?” Ze luistert ingespannen, maar hoort niet iets dat tevreden stemt. “Ik ben met de Franse pers bezig.

We doen er alles aan. J’t’embrasse.”

“Hij is wanhopig,” zegt ze. “We waren zo dichtbij. Ik moet ontzettend mijn best doen om zijn vertrouwen in de onderneming te bewaren. Vindt je het gek dat jongeren zich daar van het westen afkeren en dat ze radicaliseren, als ze zo behandelt worden? Je zaait ellende door ambitieuze jongens zo te knechten.”

In afwachting van het visum houdt Diallo zichzelf in leven door mensen te helpen met hun computer een door illegale dvd’s te branden en te verkopen. En wacht hij op de berichten uit Nederland en Frankrijk.